Skip to content

Het waarheids- en werkelijkheidsgehalte van Uw otobiografiese verhalen en kunstwerken zal de lezer interesseren

U heeft een aantal verhalen geschreven waarin een ik-verteller optreedt die luistert naar de naam Frank Forrest. Deze Frank, kunstschilder, fotograaf, auteur, bisexueel, expert Oosterse vechtsporten, sadomasochist en travestiet lijkt verdacht veel op Uzelf in gedrag, ambiance, multifunctionele sexuele voorkeuren en aanverwante gewelddadige poly interpretabele werkzaamheden.

Frank Forrest is niet een sjabloon die je zo maar op mij kunt leggen. Hij is in mijn verhalen trouwens jong gescheiden van zijn echtgenote op zijn vijfentwintigste en evalueert vanaf zijn twaalfde heel langzaam van bisexueel naar homosexueel, bezoekt als tiener vanaf zijn twaalfde pisbakken, flaneert over homo ontmoetings plaatsen in parken, bezoekt al vroeg saunas en komt pas goed uit de kast in het hoofd stedelijke S.M. circuit als hij vierenvijftig is. Hij raakt verslaafd aan pissseks en aan nog een dozijn of wat aan vrolijke variaties van het menselijke seksjuwelen gedrag. Verandering van spijs, he ! Dan is het eigenlijk al veel te laat, maar dan gaat hij ook pas echt helemaal los, hetgeen eindigt in een total loss, omdat Frank Forrest geen wonderkind blijkt en zichzelf als masochist geheel vrijwillig in een on mogelijke positie manoevreert. Hij raakt verzeild in de sadomasochistiese sien en van daar uit raakt hij de weg totaal kwijt als hij wordt opgenomen in de Satanskerk en wordt daar uiteindelijk vrijwillig omgekeerd gekruisigd als offer aan de Satan. De ultieme S.M. situatie. Velen snakken daar naar. Ik wil en kan ze helpen op hun one way suicide trip waarvan geen terugkeer meer mogelijk is… Ik ken die sien heel goed. Betty Paerl, de Amsterdamse Hogepriesteres van het SadoMasochisme heeft in Den Haag in 1983 nog een tentoonstelling van mij van tekeningen en schilderijen die als onderwerp allerlei S.M. situaties hadden geopend in haar Meesteressepakje op hoge leren laar zen met een zweep en een paar handboeien aan haar gordel, ik heb daar nog heel wat full action fotos van, dan weet U wel hoe laat het is.
Het waarheids- en werkelijkheidsgehalte van Uw otobiografiese verhalen en kunstwerken zal de lezer interesseren.
Ik heb inderdaad een kleine reeks nagenoeg schijnbaar geheel autobiografische verhalen geschreven en die kunt u herkennen aan het feit dat ze steeds dezelfde hoofdpersoon hebben, namelijk Frank Forrest. Als ik zeg: schijnbaar autobiografische verhalen, dan bedoel ik niet dat ik er inderdaad niks bij verzonnen heb. Veel schrijvers van gefingeerde autobiografische verhalen doen dat nu eenmaal in een dusda nige overmaat dat ’t volkomen ongeloofwaardig wordt, dan lijkt de hoofdpersoon op een baron van Münchhausen, die zichzelf bij zijn eigen hoofd haar het moeras uit trekt en daar faalt de autobiografie dan ook jammerlijk. Maar als ik een al of niet gefingeerd autobiografisch verhaal schrijf, dan probeer ik mijzelf in essentie aan de waarheid te houden en niet altijd aan de werkelijkheid; alleen is de waarheid zowel als de werkelijkheid er voor om te worden opgeleukt, anders kun je het allemaal net zo goed laten en wordt het onin te ressant. Alle verhalen van mij die als hoofdpersoon onder de naam Frank Forrest hebben, horen tot het zelfde autobiografische boek. Maar dat boek is niet persklaar en daarom bestaat het alleen in verspreide fragmenten. Bij Intern. Uitgeverij Gopher is in eerste instantie een boek over mijn surrealistisch werk aangenomen en uiteindelijk weer afgewezen. Ze zijn nogal puriteins bij Gopher en dat kun je van mijn werk en opvattingen gelukkig niet zeggen, want dan was ik net zo’n droogkloot als Henk Helmantel of zo’n fantasieloze droplul als H. v. S. hetzij een neuroot als de gepensioneerde vrijgemaakt griffermeerde tekenleraar M.d.K. die wat in zijn vrije tijd als amateur schil dert. Ze vonden bij Gopher mijn proza nogal pornographisch en dan heb ik het niet over heet in de mond, koud in de kont, want alles wat ik beschrijf heb ik ook zelf ervaren. Ik heb trouwens met een andere uitgever sinds kort contact, maar daar wil ik nog geen mededelingen over doen zoals U zult be grijpen zo lang een en ander sub rosa is. Gratis recensie exemplaren of een wervende folder ter aanprijzing van de unieke uitgave kunt U ook wel vergeten.
Dacht U ooit zo’n boek te schrijven?
Ja, maar ik dacht dat het nooit klaar kwam. De moeilijkheid bij het schrijven van- neem bijvoorbeeld een autobiografie- is, vind ik, dat als je je eigen leven beschrijft, je eigenlijk volledig moet zijn. En het is nu eenmaal zo – dit zult U ook ervaren en dit ervaart iedereen – dat je in je leven dingen hebt die heel vervelend zijn en dingen die minder vervelend zijn. Over die dingen die minder vervelend zijn, daar kun je nog met een zeker animo over schrijven of over opscheppen. De andere dingen laat je dus maar weg, om de nabestaanden niet mee te verrassen, maar daar mee is het geheel dat een autobiografie zou moeten zijn natuurlijk volledig verbroken en vervormd als in een lach spiegel. Door de vervelende dingen of de pijnlijke weg te laten, vervals je de werkelijkheid, dan wordt het gefingeerde otobiografie, waar de Nederlandse literatuur bij uitstek van over loopt. Daarin zit de grote moeilijkheid van het schrijven van een autobiografie. En die moei lijkheid heb ik nog niet overwonnen, die wil ik misschien ook helemaal niet overwinnen, want dan verdwijnt de magie er uit als bij tover slag. Volkomen opening van zaken geven op elk terrein ? Morgen brengen! U zou raar op kijken wat U dan te lezen krijgt. Je hebt name lijk van die keurig gehuwde, gewetensvolle, in het zwart geklede gereformeerde kunstenaars met uitgetreken stijfselkoppen en de prach tigste Bijbelteksten en morele gristelijke smoesjes waarvan na hun dood blijkt dat ze er minstens vijftien minnaars op na hebben ge hou den en een dozijn minnaressen. Daar hadden ze dan nog niet genoeg aan want ze gingen ook nog regelmatig naar de hoeren en bestelden flessen roze champagne in de Yab Yum van duizend euro per stuk. Die waren helemaal niet de Stijve Jezus en oppassende echtgenoot waar iedereen ze voor gehouden had. De lokroep van het eigen geslacht is steeds onweerstaanbaarder voor hele volksstammen. Het spreekt vanzelf: wat is er vertrouwelijker onder de lakens dan het eigen geslacht? Wie kijkt daar nou nog van op? Dat komt je dan toch heel bekend voor? Daar kun je nog eens mee uit de voeten! Maar misschien dat ik nog wel een paar van die (pseudo) autobiogra fische fragmenten maak en dat ik ze dan eens een keer allemaal bij elkaar zet.
Heeft de naam Frank of Frank Forrest een speciale betekenis voor u?
Nee… of eigenlijk wel, maar daar geef ik geen commentaar op. U zoekt ‘t zelf maar uit. In Belgie had je een schilder die van de Woestijn e heette maar gewoon in België bleef wonen. Niemand heeft hem ooit gevraagd of hij uit de woestijn kwam. Betekenis ? What’s in a na me ? Ik kreeg door de jaren heen anonieme briefjes van talentloze Friese collegaatjes met als adressering ‘Van der Wal in de sloot’ of ‘Aan The Leonardo Da Vinci Of A New Golden Age ‘ (een kwalificatie n.b. door Fred van der Wal zelf uitgevonden in de zeventiger jaren) waar aan toegevoegd was : ‘kom es op de BBK vergadering, klootzak, dan slaan we je op je gore fascistenbek’ en dat soort flauwi teiten’. Ach, het net als met de vaderlandse actreutels en actrutten van het toneel en de tulleviessie; psychopatiese paljassen en zwartgal lige druiloren die het beeld vervuilen. De tieten van mevrouw K. Bloemen? Om een astma aanval van te krijgen. Als je daar met je neus tussen gevangen zit, dan kun je het schudden…

Frank of Forrest? Of allebei geladen met symboliek?

Misschien wel allebei. Maar daar geef ik geen inlichtingen over….. Als U op internet kijkt, ja, dan…ik zwijg over mijn geheime relaties in de Underground, weet U…en aan riooljournalistiek doe ik ook al niet.

Maar wanneer U nou zegt: die Frank Forrestverhalen zijn waarachtige autobiografische verhalen: waarom heet dan die Frank niet gewoon Fred van der Wal?

Ja… dat heeft zeer persoonlijke redenen…zeer persoonlijk en het heeft ook meer algemene redenen. De persoonlijke reden is dat ik… hoe ik het ook aan pak: ik heb er niets tegen over een persoon te schrijven die Fred van der Wal heet (ik betwijfel of die nou wel zo interessant is om een verhaal aan te wijden, want dat is een brave, gristelijke behuwd vader en grootvader, een artiest pur sang en een genie van huis uit), maar dan krijg je meteen allerlei vervelend geleuter van oervervelende gereformeerde kennissen of nog gereformeerdere ex-vriendin nen uit Meppel en omstreken, hetzij belegen schooljuffrouwen uit Nijeveen die gefrustreerd zijn dat ik ze heb laten schieten of waar het niet mee klikte in bed en daarom decennia later achteraf wraak willen nemen. Een of andere hoogbejaarde mevrouw uit Voorthuizen is ook zo’n minkukel van dezelfde soort, de schrijft dreigbrieven dat ze me juridies zal vervolgen en ze zou “iemand langs sturen uit het gewapend verzet”. Voor wat, vraag je je dan af. Zeker een tachtigjarige rollator piloot. Dat is punt één. Punt twee is dat die verhalen toch op de een of andere manier gestileerd zijn. Het is toch net niet écht, hoewel ik me zeer heb ingespannen om er niet al te veel bij te liegen en ook geen essentiële dingen achter te houden, heb ik geen zin om steeds weer te worden versleten voor een dwangmatige bisexuele sa domasochistische fetisjistische lingerietravestiet, alhoewel die richtingen vanzelfsprekend hun aantrekkingskracht hebben op artistieke mensen zoals ik … Er zijn heel wat fotos van mij bekend uit de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw in nylons, jarretelgordel, tangaslipje, beha, rokje of in onderjurk en op pumps met palen van hakken, dus ik heb niets te verbergen. Iedereen mag ze zien. Ik schaam mij werkelijk nergens voor. Ik heb namelijk mooie benen, dat is mij altijd verteld. Ik ben er zelfs trots op en kijk onvervaard in de lens van het fototoestel dat als de loop van een kanon op mij gericht staat, dat werkt erotiserend omdat ik een heel speciale verhouding met de camera heb. Ja, dan weet ik weer dat ik leef! Een telelens is symbolies gezien toch het optiese equivalent van een erectie, daarom zijn die wijven ook zo camerageil. Nou dan!

Als een zeer gevaarlijke sociopaat, bedoelt U ? Ik hoor dat graag. Ja, ik ben een zeer gevaarlijk man, dat kunnen velen U bevestigen!

Over dat onderzoek in het Pieter Baan centrum en die jarenlange TBS, de veroorde-lingen, het Amsterdamse hof wil ik niet eens praten, want dan bega ik al weer een ongeluk en ik heb nog voor jaren voorwaardelijk, denkt mevr. W. te V. die meent in levensgevaar te verkeren nu ik haar adres weet…dat mens ken ik niet eens, die is totaal mattaklap!

Toch wil ik nog even dat psychiatries of eigenlijk psychologies rapport aanhalen uit 1954 waarin U wordt beschreven als…

Als een zeer gevaarlijke sociopaat, bedoelt U ? Ik hoor dat graag. Ja, ik ben een zeer gevaarlijk man, dat kunnen velen U bevestigen!

Ik zal U een korte samenvatting geven uit het psychologiese rapport over U uit 1956 dat onlangs toevallig is terug gevonden in de weg gegooide documentatie van een hoofdstedelijke psychologe.

Cliënt (Fred van der Wal), dec. 1956, nu veertien jaar, lijdt aan een onvermogen om zich aan anderen te hechten. Hij heeft in zijn aller vroegste bestaan nooit het fundament in zijn bestaan mee gekregen en kunnen leggen van de veilige en duurzaam liefhebbende volwasse nen c.q. de falende ouders, noch door de grootouders aan wie hij op anderhalfjarige leeftijd was toevertrouwd, weg gegeven door de beide ouders die te onvolwassen waren om de opvoeding ter hand te nemen en zichzelf niet eens in de hand blijken te hebben. Beide ouders zijn zeer onvolwassen, labiel, vijandig ten opzichte van hun kinderen, maar ook ten opzichte van de hulpverlening en nooit uitgegroeid tot sta biele mensen. Zij vluchten nog steeds in een fictieve heldenstatus die zij invullen met steeds sterkere verhalen uit het zogenaamde gewa pende verzet tijdens WO II. De feiten blijken echter geheel anders. De sterke verhalen worden als excuus opgevoerd om het falen van de ouders te maskeren. Zij verbergen zich achter de fictieve slachtofferrol ter compensatie van hun gebreken. Cliënt (Fred van der Wal) heeft zich altijd overgeleverd gevoeld aan schijnbaar volwassenen die nauwelijks hanteerbare gevoelens van onveiligheid, gevaar en angst in hem opriepen door hun gewelddadig, onberekenbaar gedrag (er waren regelmatig vechtpartijen en mishandelingen tussen de echt genoten waar cliënt getuige van was op zeer jonge leeftijd), zo lang als hij zich kan herinneren. Dit maakt dat een opgroeiend kind als het ware geen enkele bodem heeft in zijn leven. Hij blijkt zelfs in zo een grote mate bodemloos dat er van alles in de toekomst mis kan gaan en voor het ergste moet dan ook gevreesd worden. Zijn wereld zal ongestructureerd blijven en er is weinig gevoel voor tijd en ruimte of de samenhang der dingen. De evidente leer- en aanpassingsproblemen op het Vossiusgymnasium zijn hier het gevolg van. Hij vertoont in hoge mate overlevingsgedrag om zich te kunnen handhaven in een diffuus voorkomende onveilige wereld. Hij past zich schijnbaar aan, maar dat is niet echt. Dit gedrag kost extra energie, wat grote invloed heeft op de leerprestaties en persoonlijkheids ontwikkeling. Hier door komt ook de gewetensvorming en ontwikkeling niet op gang. Er is geen “ik”, geen basaal vertrouwen in volwassenen, met als gevolg het onvermogen om relaties aan te gaan op affectief gebied. Intieme, emotionele banden binnen het opvoedingsveld bij de grootouders ten opzichte van cliënt zijn geheel afwezig. Zij (de grootouders) hebben zelf een problematies en slecht huwelijk en zien de door Pro Juven tute aan hun toevertrouwde kinderen als een grote last en lijken wraak te nemen op het gedrag van de ouders. Zij peperen de drie kinde ren daaglijks in dat zij slechts “genadebrood” eten en niet welkom waren. Ook wordt regelmatig er op gewezend at de kinderen geen recht en hebben alleen plichten. Vooral de inwonende ongehuwde tante is hier sterk in. Intieme emotionele banden die op deze leeftijd niet ge vormd worden zullen later onvermijdelijk hun tol eisen in het verdere leven van cliënt en relaties met anderen bemoeilijken zo niet onmo gelijk maken daravdeze nu al als bedreigend worden ervaren. Het kind weet niet wat het er mee aan moet. De ervaring van niet gewenst, niet aanvaard, afgewezen en weg gedaan te zijn door de biologische ouders is in alle gevallen onvoorstelbaar vernietigend. De basale pijn zoekt onveranderlijk een uitweg in een vernietigingsdrang die zich soms richt tegen zichzelf, maar ook tegen anderen (de biologische va der en de moeder), die fysiek gevaar lopen tot op hoge leeftijd om door moordenaarshand om te komen. Agressiviteit, leugens en bedrog, provocerend afwijkend sexueel gedrag als exhibitionisme, travestie, sadomasochisme, bi- en homosexualiteit, promiscuïteit en zelfmoord pogingen komen bij deze gevallen veel voor. Velen uit deze categorie raken beland in de zware misdaad en krijgen al snel de TBR status als onbehandelbare psychopaat. Dit alles kan geschreven worden op rekening van de afwezige vader en moeder die een zware hypotheek op het kind hebben gelegd met hun verwerpelijke, onverantwoordelijke, immorele, egocentrische en egoïstische gedrag. Voor het ergste moet gevreesd worden in het geval van mijn cliënt, die nu reeds de nodige onherstelbare psychische schade heeft opgelopen.

Wat is hier op uw commentaar?

Volledig mee eens. Ik ben als gevolg van mijn opvoeding zo’n beetje Hannibal the Cannibal uit Silence Of The lambs. Of mensenvlees naar lammetjespap of naar hangop smaakt? Komt U eens bij mij eten dan kunt U het zelf ervaren! De diepvries is tot aan de nok gevuld met ingevroren vakantiegangers, maar eerst hebben ze natuurlijk wel voor logies en ontbijt betaald. Ik noem dat de noodslacht.

Die aanstellerij van Nederlandse beeldende kunstenaars om zich Franser dan de Fransen te voelen daar doe ik niet aan mee

U heeft eens gezegd dat iedere kunstenaar van enig belang uit een conflictsituatie werkt.

Bij mij is dat het conflict tussen een romanties karakter dat botst met de bittere werkelijkheid, maar ik laat mij niet onder spitten, door nie mand. Voor wie goed om zich heen kijkt heeft romantiek helaas geen enkel bestaansrecht.

Voelt u zich dan niet een displaced person? Ook geografisch, door uw zelfverkozen ballingschap in de Bourgogne?

Niet echt. Sommige twintigste-eeuwse zaken in Nederland, daar ben ik namelijk zwaar op tegen. Laatst hadden we het over housemuziek met wat jonge mensen. Nou ja, herrie, verdovende middelen, geconsumeerd door veneriese wijven met groen haar, clamydia, gonorrhoe en zilveren ringen door hun neus, wenkbrauwen, tepels, clitoris, schaamlippen en tong, dat wordt je dan allemaal voorgeschoteld onder het eten, je krijgt toch al hoofdpijn bij het idee, braakneigingen en een rare blauw metalen smaak in je mond als je aan ‘t beffen denkt van zo’n zieke juffrouw met een ijzerwaren fabriek tussen haar dijtjes!
Daar kun je je tong lelijk aan open halen. Ik ben om die reden nooit zo’n beftekkel geweest. Je weet nooit wat je aantreft in het ondernavelse. Veneriese wratten. Huilen is dan al gauw te laat. Waarom blijven de mensen niet ge woon thuis en luisteren met gesloten ogen weg zwijmelend fijn naar de Brandenburger Concerten of naar Conny van den Bos? Zelf ben ik evenwel niet systematisch tegen het nieuwe om ergens tegen te zijn zoals die SGP leden. Ook niet, mijn niet al te puriteinse reputatie ten spijt, tegen nieuwe woorden of ideeën. Als ze nuttig zijn en iets toevoegen aan de taal of aan het welzijn van mij persoonlijk, vind ik het allemaal best. Maar dat modieuze van termen als “aanleveren” in plaats van “leveren”; “aanreiken” in plaats van “aanbieden”; of een kreet als “niet te kort” wie heeft dat besteld? “Aanreiken” slaat op iemand iets aanreiken die op een ladder staat. Nu kom je het overal tegen, vreselijk, dat neo bargoens. ‘Overtrokken’ in plaats van ‘overdreven’; ‘overstijgen’ en niet ‘te boven gaan’; op dat soort nieuwigheden ben ik heel erg tegen. Wij Nederlanders wonen nu eenmaal in een klein kutland, zijn een en al doorvoerhaven, hebben een kleine taal, geen scrupules en kijken ver volgens eerbiedig op naar onze grote buren, stuitend vind ik dat. Een transitomentaliteit. En zo’n land krijgt ook de kunstenaars die het verdient; lafhartige allemansvriendjes die de Grote Internationale Voorbeelden imiteren. Neder landse kunstenaars –mijzelve als genie uiteraard uitgezonderd- zijn nog steeds de Japanners van Europa in miniatuur formaat; maar vooral groot in imitatie.

U mag toch graag in het Franse taalgebied verblijven?

Ja. Maar daarom hoef ik nog geen gallicismen te gaan gebruiken of me ‘s ochtends vroeg al te bezuipen aan de Pastis of de Absinth. Die aanstellerij van Nederlandse beeldende kunstenaars om zich Franser dan de Fransen te voelen daar doe ik niet aan mee. De Fransen be staan net zo min als De Nederlanders. Het begrip “De Fransen” is een fictie van Nederlandse auteurs met een tweede huis in Frankrijk. De deuren van dat tweede huis van auteur Remco Campert in Noord Frankrijk zijn verveloos en zijn tuin is een wildernis, omdat hij denkt dat slordigheid en achteloosheid Franse eigenschappen zijn. Campert lijkt mij een luie zak. Nou, voor die laat maar waaien mentaliteit, daar heb ik grote minachting voor en het is bovendien onjuist om dat etiket op de Fransen te plakken. Toch heb ik aan de andere kant weinig waardering voor Hank Duvelsjas die een prachtige, goed geconserveerde Amsterdamse school villa voor een krats op koopt van zijn griffermeerde kerk en vervolgens daar een soort middeleeuws hol van laat bouwen, waar het voor Americanofiele sukkels als de Groningse drs. H. zo goed toeven is.
Nogal logisch dat de Nederlandse penose denkt, bij die sukkel Duvelsjas halen we maar eens wat schilderijen weg om ‘m mores te leren. En zo geschiedde. Kunsthandelaar drs. Loek Brons, als ex-Jezuiet nog steeds een Roomsgeel vlaflipje, dat nog nooit een schilderij van mij heeft gezien, maar mij wel in de provinciale pers een prutser durft te noemen, in commissie met de geflipte schoolmeester E.O. producer Hans, Hank Duvelsjas en Nieuwsblad van het Noorden, onder aanvoering van de een of andere bromsnor van de Groningse recherche, die verdachten mij allemaal van die roof van Duvelsjas zijn schilderijen, maar ik ben totaal niet geïnteresseerd in het werk van Helmantel of van zijn epigonen. Ik ben toen nog telefonisch geïnterviewd door de kunstredactie van Nieuwsblad van het Noorden, die me beschuldigde van de inbraak. Ik wil een schilderij van Duvelsjas nog niet voor moederdag kado krijgen. Gotsalmeliefhebbe! Het gaat gelijk de houtkachel in. Ik vind het grote shit. Laten ze maar eens langs komen; dan lopen ze gegarandeerd tegen mijn karate vuist op en kunnen ze hun tanden en kiezen van de vloertegels op rapen. Ik stamp dwars door zes centimeter hout heen, dus een slappe, provinciale kunst artist kan er ook nog wel bij. Ik trek met blote handen een brandende kolenkachel van zijn plaats, kwak ‘m door ‘t thermopane en ruk an dermans computer uit de muur, gooi die de galerijflat af de liftschacht in, trap vervolgens een bouvier uit zijn vacht naar buiten en trek de voering uit de ribbenkast van de vrouw en wurg d’r met haar plaatstalen tietenbedwinger waar de heer des huizes zelf bleek bij staat en ’t in zijn broek doet… daar ontleen ik mijn genot aan en dat zal echt niet de eerste keer zijn, daar kunnen heel wat goede vaderlanders over mee praten. Wat zullen we nou beleven ?

De compagnons de la chanson vond ik een stel clowns in hun dwars gestreepte Bretonse vissers truitjes, psychopatische paljassen…

Toch veranderden Uw opvattingen over Frankrijk heel langzaam in de midzestiger jaren.

Die bevlogen chansonniers van de vijftiger jaren vond ik nooit veel aan, hun snotte-bellerige emoties zijn de mijne niet, daar spetteren bloed, zweet, ziek sperma en tranen van af, alsof je een emmer rioolbagger leeg gooit, de compagnons de la chanson vond ik een stel clowns in hun dwars gestreepte Bretonse vissers truitjes, psychopatische paljassen, dat songfestival liedje over Tom Pillibi lulligheid troef, maar toen kreeg je in 1964 plotseling Francoise Hardy, wat later Jane Birkin en nog veel later Marie Louise Trintignant, die in de film Colette speelt en pas is dood geknuppeld als een zeehondje, dat vond ik wel lekkere meiden, veel belovende tiepes waar heel wat mee aan te vangen leek en de hele Nouvelle Vague in de film kwam toen in de sixties snel op, toen begon ik me ook voor de Franse acteurs en de Franse film te interesseren, al hoewel ik niet zo dol was op Truffaut. En Brigitte Bardot zowel als Juliette Greco vond ik heel appetijtelijke, neukbare tiepes om daar mijn maatstaf voor vaderlands vrouwelijk schoon aan te ijken, heel wat befbaarder dan de puisterige meiden van de kweekschool te Bloemendaal in hun onaantrekkelijk Schotse plooirokken en groene skibroeken met elastiekjes onder de schoen door. Maar dan heb ben we het wel over de Parijse scene en de tegenstelling tussen de bewoners van de campagne en die van de hoofdstad is heel wat groter dan in Nederland. Nog steeds. Parijzenaars zijn zeer gehaat op het platteland. Zelfs étrangers als wij zijn hier meer dan wel kom en mijn werk wordt hier ook heel wat meer gewaardeerd dan in het vaderland. Ik heb nu twaalf exposities per jaar hier gehouden. In Friesland in de vierentwintig jaar dat ik er woonde slechts twee tentoonstellingen en dan kostte dat nog grote moeite om ‘t voor elkaar te krij gen. Ik maakte daar grote kosten voor, zette kleurenadvertenties in kunstbladen. Achteraf kreeg je dan nog een grote bek ook van een provinciale galeriehouder of werd Ina onbeschoft behandeld door zo’n nitwit. Het contact met de collegas in Frankrijk is optimaal en we komen bij diverse in schilderkunst geïnteresseerde Franse en Nederlandse families over de vloer.
In Friesland en Groningen hebben we in de vierentwintig jaar dat we er woonden nooit vrienden gehad. Alleen maar tegenwerking en jaloezie. De Friezen staan vijandig ten op zichte van Amsterdammers. In Friesland had den wij de verkeerde kleur; we zijn namelijk blank. Wie allochtoon was, zwart, analfabeet, drugsverslaafd, crimineel en ongeneeslijk geslachtsziek werd daar met zijn veneriese kolensjouwerskop onthaald als een vorst. Ik rede neer nog steeds van Eigen Volk Eerst.

Heeft U het gevoel dat er één thema is dat u nooit meer zal loslaten? Dat Uw onvervreemdbaar thema is?

Afwerend zegt hij: Ja hoor es, dat zal er natuurlijk wel zijn. Maar nou moet u es even heel scherp opletten…’ Ik wil daar wel iets over zeg gen, maar niet alles. Ik wil het U niet al te gemakkelijk maken. Laten we zeggen dat ik U vijftien procent mee deel van mijn geheim. Dan kunt U al heel tevreden zijn en Uw klamme handjes dicht knijpen. Mijn doel als beeldend kunstenaar is een fotografische weergave suggeren met abstracte beeldelement en. Een eigen beeldtaal zonder concessies te doen aan de geloofwaardigheid van de weergave. Nou U ! Kom daar maar eens om bij die realistische schilders. Daar slaagt een op de duizend in en ik ben daar na jaren experimenteren en medite ren in geslaagd. De Yin in de Yang vinden of zoiets. Daarom hebben schilders als Duvelsjas, Pollens en Corneles Cordèlemans ook zo de pest aan mijn werk en aan mijn rijk geschakeerde per soon. Ik houd ze een spiegel voor waarin ze hun falen, gemakzucht en lafheid in weerspiegeld zien. Wat hen niet gelukt is dat is ook mij niet komen aan waaien en dat is het creëren van een eigen beeldtaal. Wilt U daar eens over nadenken ? Dank U !

U wilt het thema en het creatieve proces liever geheimhouden?

Fred van der Wal glundert: Ja, natuurlijk bewaar ik dat geheim. Ik heb daar een patent op. Stel je voor dat ik een goudzoeker in Californië was, begin vorige eeuw rond liep met een patronenband om mijn machtige, bronstige, gebronsde borstkas heen en twee Colts met in het zonlicht glanzende paarlmoeren handvatten in open holsters en een rare, halve, leren paardrijbroek met franje, chaps noemen ze dat in ho mo kringen, alleen lopen ze in dat milieu met hun ingevette, glad geschoren blote billen te prijken die ze er uit laten hangen en een opge zette anus als een bloemkool, een kankergezwel (vraag maar aan de aidsofiele broer van drs. H.), dat doe ik dus niet. (Ik houd het liever wat discreet. Mijn billen bij elkaar. Soms. Een enkeling mag d’r in met zijn in rubber gehulde leuter, maar vooral niet met het blote zwaard)
En ik had als in een Spaghetti Western tijdens de Goldrush toevallig net een enorme goudader ontdekt. U komt ogenschijnlijk heel belangeloos bij mij op visite in mijn tent. U zegt na het zo veelste glas wiskey: kom op, ya durtie modderfokkers zon of a bitsj (ya dirtymotherfuckerssonofabitch ; jij vuile moederneukende zoon van een teef, ook wel kort samen gevat als ‘vuile klootzak’), waar is nou je ader?
Nou, ik zou toch wel helemaal hiér wezen als ik dat zou vertellen? Ik zou U terplaatse neer moeten schieten en in mootjes hakken en daarna aan de coyotes op voeren! Ik zou niets van U heel laten, maar ter leringe en vermaak U eerst met mijn rijzweep tegen de grond slaan, bont en blauw ranselen van Uw nek tot aan Uw knieholten, dat hitst nog eens op, daarna U naakt op zadelen, een bit voordoen, oogkleppen voor, oordoppen in, het handvat van een leren zweep Uw anus in rammen als staart, U bestijgen en daarna tot bloedens aan toe de sporen geven in Uw lendenen tot U begint te stijgeren en in galop hinnekend door het landschap tot voorbij de horizon door klep pert! Ja, dat lijkt me wel wat ! Ik begin er echt zin in te krijgen. Pijn is fijn, mits het gekoppeld wordt aan sexuele stimulansen en met leer meer sfeer, daar blijf ik op hameren. Kleedt U zich maar even uit, dan kunnen we gelijk aan de slag.

Dát zou ik U niet vragen. Dít vind ik veel interessanter.

Dat vind ik verschrikkelijk aardig van U, maar U zult mij geen euvel duiden als ik U geen antwoord geef ? Voor kerst wil ik nooit een spar maar altijd een pijnboom.

In 1976 heb ik een aantal Amerikanen afkomstig uit de Bible Belt

Het noemen van nog een aantal schrijvers en vaderlandse schilders blijkt vruchteloos, het gemok over onbeschaafdheid, gebrek aan talent en slechte manieren blijft niet van de lucht.

Als je een Amerikaan ontmoet is hij na afloop, als hij zich om draait, je binnen vijf minuten totaal vergeten. Dan zegt Fred van der Wal na enig nadenken: ‘Met de Franse en Duitse taal heb ik altijd vanaf het begin op slechte voet gestaan. Goethe vond ik niet veel aan en die mythe van de Nibelungen ook niet.
Schiller ? Daar veeg ik m’n reet mee af met die lullige rijmpjes. In 1976 heb ik een aantal Amerikanen afkomstig uit de Bible Belt ontmoet o.a. aan de VU te Amsterdam, die bij prof. Rookmaaker studeerden. Een hoogleraar die modieuze linkse praatjes op hing wat toen erg in de mode was onder hele en halve intellectuelen. Vreselijke mensen. Geen kubieke millimeter con tact mee. Het dominees zoontje Drs. C. bood aan dat ik begin 1976 de seminars van prof. Rookmaaker kon volgen maar het werd door Rookmaaker zelf afgewimpeld. Je moest eerst je lidmaatschap van de art. 31 kerk kunnen tonen of een CPN partijkaart, dan was het goed bij de VU, daar lazen ze alleen dat CPN blad De Waarheid. In die gereformeerde kringen ben ik vanaf 1963 altijd persona non grata geweest. De toegang tot de Stichting l’Abri is mij in de jaren tachtig door Mevr. Rookmaaker zelf geweigerd. Wat ik eigenlijk wel dacht? voegde ze mij snibbig door de telefoon toe.
Dat mens kent me niet eens. Nog nooit ontmoet. Prof. Rookmaaker wilde aanvankelijk een ten toonstelling van mijn werk verbieden op de VU. Uit eindelijk mocht ik een paar zeefdrukken op een groepsexpositie daar op hangen. Hij heeft nog nooit zo’n negatief commentaar op een kunstenaar gegeven als op mijn werk, hoorde ik van zijn assistent drs. G. B. Dat werd nagebauwd door kritiekloze bewonderaars als de Groninger drs. H. zijn wijf en een paar gereformeerde tekenleraren.
En wat die Amerikanen betreft die daar studeerden : Ik had thuis geleerd dat je mensen met twee woorden moest aan spreken en heel beleefd moest zijn. En daar hadden ze het steeds over See you, Hello en Howdy of gebruikten rare woorden als Fuck you, Mother Fucking Son of a Bitch, Holy Shit, Hot Shots en Big Shots of Fuck My Ass! Ik vond het zo verschrikkelijk plat! Wist niet of ze me nou voor de gek hielden met die rare taal, ik durfde dat soort dingen gewoon niet te rug te zeggen. Of als je afscheid nam na een bezoek zonder dat ze iets terug zeiden of een boer lieten. Geen “Dag meneer, tot de volgende keer, doet U vooral de hartelijke groeten aan Uw vrouw en zult U op de fiets vooral heel goed oppassen in het verkeer want dat wordt met het jaar steeds drukker in Amsterdam en wij zien U toch graag gezond bij Uw vrouwtje aan komen zetten…” Helemaal niets, zeiden ze en lurkten met bloed doorlopen ogen aan hun marihuanastickies of flesjes Grolsch. Ze dronken het niet eens uit een glas of goedkope wijn uit mosterdpotjes die ze als glazen gebruikten. Je werd nog net niet de trap afgetrapt. Dat begint hier nu ook al. En zelfs in Frankrijk zeggen ze al sinds jaar en dag tegen een minister: Jack Lang! Ecoutez! Monsieur of Madame, dat hóór je niet meer op de Franse televisie! Die schorum en ghettokultuur? Dat komt allemaal uit Amerika. Een land zonder omgangsvormen en beschaving. Ik heb vier maal een uitnodiging gekregen om naar New York te komen (een maal in 1978 van Galerie Internationale, Madison Avenue, New York, in 1992 van econoom Bob Louer uit New Jersey, verleden jaar in 2003 en nu in 2004 van de Amerikaanse schilder Sidney Klein die vlak bij Central Park woont), maar ik peins er gewoon niet over!
No way, zou mijn New Yorkse vriend de abstracte schilder Sidney Klein zeggen. In Parijs hebben ze een keer die nichterige, ordinaire Hollandse zanger Dave, hier een beroemdheid, uitgenodigd om commentaar te leveren bij het songfestival.
Het was meteen de laatste keer want hij begon naar goed Homosexueel Hollands Voorbeeld meteen gore praatjes over de zangeressen voor de televisie te verkondigen in de trant van die en die, echt een geschikt tiepe om in de keuken dwars door d’r tangaslipje tegen het aanrecht op te neuken. Daar zijn ze hier echt niet van gediend, dat kun je veel beter voor je houden, dat valt in Friesland bij die boerenkinkels goed, maar hier niet. Bovendien is het van Gerard Reve geïmiteerd. Als ik geconfronteerd word met onbenulligheden wil ik wel eens een enkele keer uit mijn verbale slof vuur schieten.

Een soortgelijk voorval overkwam U onlangs in Uw eigen huis ?

De New Yorkse, abstracte, niet al te succesvolle schilder Sidney Klein (hij woont wel in een flat in Manhattan maar heeft geen cent te makken) is hier zo’n beetje een permanente introducee. Elk jaar worden zijn dollars minder waard door de stijgende euro. Tijdens een met alcohol overgoten avond (ik zuip twee liter wiskey achter elkaar op zonder een spier te vertrekken) zei hij om de paar zinnen tegen mij, waar mijn echtgenote en de vrouw van de directeur van Continental Artists, Ria L. bij was ; “I will shoot you !” en “Where is my gun ?”
Dat hoort misschien bij de onbeschaafde American way of life, maar is niet getolereerd in Europa en al helemaal niet in mijn huis (ik ben de lang verwachte man van de vrede), dus ik bracht hem al snel in verlegenheid met mijn vraag : “How many women with shaved pubic hair did you meet last month in the Public Library of New York ?”
Ik zei dat alleen maar om hem te pesten. Nu is mijn echtgenote en Ria L. wel wat grove taal van mij gewend en begrijpen nauwelijks Engels maar Sidney als puritein niet, dus die bleef minuten lang met open mond van verbazing mij aan kijken. Ik had dus gescoord. Een week later begon hij over het voorval, midden op straat in Charité sur Loire en ik heb hem uit gelegd dat het niet Europees is om zulke dingen te zeggen over guns en shoot outs, teminste niet in een beschaafd land. Daar hoort Amerika niet toe. Ik ben trouwens ook vierkant tegen geschoren schaamtes. Een behoorlijke bos voor de deur geeft iets geheimzinnigs, iets wilds, authentieks en geurigs aan het ondernavelse en of het dan een man of een vrouw betreft maakt niets uit. Ik ben ook tegen die mode van schaamhaar afscheren tot op een verticaal streepje na, zo als je wel ziet in de Playboy en Penthouse. Dan gaat het meer lijk en op een uitroepteken tussen de damesdijtjes. Als het nou nog een vraagteken was of een accent grave, dan kan ik er mee uit de voeten, daar kan ik mij woordeloos van emoties in spagaat bij neer leggen, mijn ogen zedig te neer slaan, mijn lippen bevochtigen en …

De Beat Scene ? Gezeur van een stel gederangeerde halve en hele drugs verslaafden, die elkaar uit verveling onder invloed van drugs in de fifties met latex kunstlullen te lijf gingen en in elkaars reet naaiden.

De Beat Scene ? Gezeur van een stel gederangeerde halve en hele drugs verslaafden, die elkaar uit verveling onder invloed van drugs in de fifties met latex kunstlullen te lijf gingen en in elkaars reet naaiden. Mijn zegen hebben ze hoor, ik heb daar niets op tegen, integendeel, als het status verhogend werkt doe ik van harte mee en plein publique en als het goed gebeurt door de partner of door je zelf dan is het de hemel op aarde, heb ik ergens gelezen in het Grote Standenboek Voor Homo- en Bisexuelen met stelen als kamelen, maar ik vind het niet iets om je in het culturele leven op voor te laten staan of openlijk reclame mee te maken. Het succes hangt ook van het formaat van de dildo af en dan hoeft het niet direct een bescheiden damesformaatje te zijn, maar toch het heeft zijn schaduw zijde: het kan eventueel bij gebrek aan een deugdelijk glijmiddel een pijnlijke situatie op leveren. Speeksel is geen afdoend glijmiddel.
Ik kom liever niet wekelijks met een uitgescheurde anus vol bloedkorsten en kloven bij mijn Franse huisarts, dat zal ook hier wel niet zo normaal zijn als in Nederland. Vier centimeter doorsnee voor een dildo is al voldoende voor optimaal effekt. Minder, dan is ‘t meer een damesfor maatje voor Miep Knijpkut en daar doen de heren niet aan, die gaan voor een flink uit de kluiten gewassen plestik paal met noppen voor het extra schurend effekt. Er zitten tienduizende zenuwuiteinden rond de anus, dat voelt goed om die allemaal tegelijk te activeeren. Vier en twintig centimeter aan dildo lengte is het maximum voor bij het paalzitten. Maximaal aan de paal. Genoeg moet ook genoeg zijn voor een anti globalist, zei mij laatst de Rotterdamse kunstenaar Gyz nog.
Ik zag laatst nog in een dorpje een dikke vrouw uitbundig aan haar tepels staan draaien. Om zichzelf op te winden, anders kon ze niet verder. Dat zie ik niet echt graag of het moet een lekker wijf zijn. Nee, dan lees ik nog liever het proza van Charles Bukowski en vooral van John Fante. Wat de beeldende kunstenaars betreft kan ik Rosenquist, Wesselmann en Marisol wel waarderen en de fotorealisten van Meisel Gallery, New York. In Nederland ben ik geen groot liefhebber van de realistische schilders, want die blinken uit in het potjes en panne tjes schilderen, zoals Hank Duvelsjas uut Grunningen.
Het is voornamelijk een in- en inburgerlijke, commerciële kunst. Je kent dat wel; kunstenaars die in hun jeugd bij de gymnastiekles nog niet over een touwtje konden springen op tien centimeter hoogte gespannen. En daarvoor hun leven lang compensatie zoeken en achterbakse streken gaan leveren en uit rankune kommunist stemmen of roomsch katholiek worden. De vroege Dubuffet vond ik wel interessant. Bacon ook. Zelfs Bill De Kooning van voor de oorlog.
Ik ben tegen de kunst van het déjà vu en daarom vind ik Duvelsjas een verwerpelijk schilder. Ik heb overigens niets tegen de man zelf. Enkele keren hebben we elkaar ontmoet, maar het zijn onoverbrugbare werelden van verschil. In die christelijke kringen kunnen ze zaken en personen niet van elkaar scheiden, daar heerst de griffermeerde stiekeme, gluiperige scheldkultuur. Wel wil ik vermelden dat hij (Duvelsjas) laf, ongekoeld bier schenkt met een alcoholpercentage van slechts 2,5 procent en daar is genoeg mee gezegd als metafoor voor de realistische schilderkunst. Slappe thee. Paardepis. Duvelsjas behoort tot de categorie moffen die geen bier maar melk drinken, zoals al die griffermeerde kunstartiesten.

Afbeelding

FRED VAN DER WAL PUBLICEERDE ‘SCHRIJVERSBLOKKADE’ IN 2009

schrijversblokkade