Skip to content

IS CHARLES BUKOWSKI DE DICHTER VAN DE POËTISCHE ONE LINER?

februari 8, 2018

IS CHARLES BUKOWSKI DE DICHTER VAN DE POËTISCHE ONE LINER?

Over de taal van de angst heeft Chandler wel eens iets gezegd: De doorsnee Amerikaan hanteert het Amerikaans ongemakkelijk, zonder enige manieren of zelf controle. Hij is dol op de taal van de simple mind, waarmee ik bedoel dat hij het spraakgebruik omhelst van de eenvoudigen van geest. Als een genie zoals Hemingway het gebruikte kan dit effectief zijn. Als het niet door een genie wordt gehanteerd is de taal inhoudsloos en krachteloos als de toespraak van een doorsnee politicus.

Wie kennis wil nemen van een illusieloos, anti-poëtisch, eendimensionaal taalgebruik dat wringt, stoot, stoort, verveelt en waar ik allerminst affiniteit mee heb moet de detectiefjes van James Ellroy maar eens gaan lezen.

Het enige boek van deze aueur dat ik met belangstelling las was zijn autobiografie.

In de tien jaren dat Bukowski zich meester had gemaakt van de taal, de vorm en inhoud van de Amerikaanse taal, hanteerde hij daarna die taal moeiteloos en voorla virtuoos.

Het is belangrijk wat schrijvers zeggen over hun bronnen en werkwijze, zoals de Haarlemse weblogger Joost Lips een mooi samenhangend stuk schreef over zijn literaire ontwikkeling en smaak. Lips is in zijn beste stukken en soms riskante levenswijze slechts een stap vandaan van de titel De Nederlandse Charles Bukowski. Het isolement van een iedere schrijver die zich niet conformeert aan de met de ellebogen werkende clan van hoofdstedelijke kunstenaars en schrijvers is gedoemd tot onbekendheid. Is dat terecht? Nee.

Over het creatieve proces van het schrijven zei Bukowski ooit eens: “Als ik er voor ga zitten is er geen planning vooraf, het kost geeen inspanning, het is geen hard werken. Het is alsof de schrijfmachine zijn eigen werk doet. Je raakt in een soort trance toetand. Soms vloeien de woorden op papier als bloed, soms als wijn.”

Het is een gebruikelijke conditie volgens auteurs. Allen Ginsberg zegt daar over: “De schrijfmachine dicteert beeldend de auteur wat hij moet schrijven.”

Een ogenschijnlijk spits gevonden variant op het automatische schrift, gangbaar onder spiritisten en in de negentiende eeuw over genomen door de surrealisten die het toeval als hoogste instantie omhelsden.

Beeldende kunstenaars en auteurs kennen het verschijnsel van de licht extatische semi- trance staat van bewustzijn, waarbij het waakbewust zijn nog niet een controle heeft over de herinneringen, dromen en gedachten, die spontaan als lichtflitsen in de nacht opduiken, beelden uit het onbewuste.

Een staat van bewustzijn niet beheerst door zelf censuur, conventies en morele overwegingen.

Een dduer gata open naar het onbewuste en als zodanig vruchtbare grond voor de kunstenaar.

Trotsky was van mening dat de creatieve eenheid van bewustzijn met het onbewuste de bron is van inspiratie voor elke scheppende kunstenaar.

Jammer dat een op hem afgestuurde huurmoordenaar hem als beloning met een icepick hem de hersens in sloeg.

De staat van semi-trance is een bewustzijnsfase die goed gedocumenteerd is door kunst schilders, schrijvers, pop musici en door sadomasochisten sub space wordt genoemd. Je zou het een vorm van “weg geilen” kunnen noemen. In ongecontroleerde vorm beleefd door drugs verslaafden en alcoholici, maar dan op non-creatieve wijze.

In hoeverre is het schrijverschap van Bukowski het transponeren van zijn ervaringen in taal? Hij behoort tot de taalvaardige foto realisten en vormgevers van de Amerikaanse sub cultuur van het barleven, dat voor iedere barfly internationaal herkenbaar is. De mechanismes, ervaringen en conventies van de barbezoekers zijn in Nederland niet anders dan in andere landen.

De hoofdpersoon Hank Chinaski in Bukowskis proza is het alter ego van de auteur, dat is duidelijk. Realiteit en fictie lijken ogenschijnlijk elkaar volledig te dekken. Het schrijven van Bukowski is greep krijgen op de werkelijheid en orde scheppen in de chaos van zijn leven.

Bukowski schreef een overvloed aan tekst die door bewonderaars poëzie wordt genoemd. Ik ben geen bewonderaar van deze poëzie en las tot mijn verwondering gisteravond een lovend artikel over de gedichten van Bukowski in The Guardian , het links liberale, oersaaie Engelse blad dat regelmatig aandacht aan kunst besteed en waar mijn goede vriend, de buitengewoon begaafde Lee W. uit de Franse stad C. enkele kunsthistorische ingezonden stukken schreef over zijn ontdekking van een wandschildering van leonardo da Vinci in een Frans kasteel.

Naar mijn smaak is Bukowski een groot schrijver van proza en a lousy poet.

Merkwaardig genoeg dragen de titels van diverse boeken van zijn hand poëtische titels van een hoog nivo en een grote oorspronkelijkheid.

Is Bukowski de dichter van de poëtische one liner?

Daar lijkt het wel op.

Over de taal van de angst heeft Chandler wel eens iets gezegd: De doorsnee Amerikaan hanteert het Amerikaans ongemakkelijk, zonder enige manieren of zelf controle. Hij is dol op de taal van de simple mind, waarmee ik bedoel dat hij het spraakgebruik omhelst van de eenvoudigen van geest. Als een genie zoals Hemingway het gebruikte kan dit effectief zijn. Als het niet door een genie wordt gehanteerd is de taal inhoudsloos en krachteloos als de toespraak van een doorsnee politicus.

Wie kennis wil nemen van een illusieloos, anti-poëtisch, eendimensionaal taalgebruik dat wringt, stoot, stoort, verveelt en waar ik allerminst affiniteit mee heb moet de detectiefjes van James Ellroy maar eens gaan lezen.

Het enige boek van deze aueur dat ik met belangstelling las was zijn autobiografie.

In de tien jaren dat Bukowski zich meester had gemaakt van de taal, de vorm en inhoud van de Amerikaanse taal, hanteerde hij daarna die taal moeiteloos en voorla virtuoos.

Het is belangrijk wat schrijvers zeggen over hun bronnen en werkwijze, zoals de Haarlemse weblogger Joost Lips een mooi samenhangend stuk schreef over zijn literaire ontwikkeling en smaak. Lips is in zijn beste stukken en soms riskante levenswijze slechts een stap vandaan van de titel De Nederlandse Charles Bukowski. Het isolement van een iedere schrijver die zich niet conformeert aan de met de ellebogen werkende clan van hoofdstedelijke kunstenaars en schrijvers is gedoemd tot onbekendheid. Is dat terecht? Nee.

Over het creatieve proces van het schrijven zei Bukowski ooit eens: “Als ik er voor ga zitten is er geen planning vooraf, het kost geeen inspanning, het is geen hard werken. Het is alsof de schrijfmachine zijn eigen werk doet. Je raakt in een soort trance toetand. Soms vloeien de woorden op papier als bloed, soms als wijn.”

Het is een gebruikelijke conditie volgens auteurs. Allen Ginsberg zegt daar over: “De schrijfmachine dicteert beeldend de auteur wat hij moet schrijven.”

Een ogenschijnlijk spits gevonden variant op het automatische schrift, gangbaar onder spiritisten en in de negentiende eeuw over genomen door de surrealisten die het toeval als hoogste instantie omhelsden.

Beeldende kunstenaars en auteurs kennen het verschijnsel van de licht extatische semi- trance staat van bewustzijn, waarbij het waakbewust zijn nog niet een controle heeft over de herinneringen, dromen en gedachten, die spontaan als lichtflitsen in de nacht opduiken, beelden uit het onbewuste.

Een staat van bewustzijn niet beheerst door zelf censuur, conventies en morele overwegingen.

Een dduer gata open naar het onbewuste en als zodanig vruchtbare grond voor de kunstenaar.

Trotsky was van mening dat de creatieve eenheid van bewustzijn met het onbewuste de bron is van inspiratie voor elke scheppende kunstenaar.

Jammer dat een op hem afgestuurde huurmoordenaar hem als beloning met een icepick hem de hersens in sloeg.

De staat van semi-trance is een bewustzijnsfase die goed gedocumenteerd is door kunst schilders, schrijvers, pop musici en door sadomasochisten sub space wordt genoemd. Je zou het een vorm van “weg geilen” kunnen noemen. In ongecontroleerde vorm beleefd door drugs verslaafden en alcoholici, maar dan op non-creatieve wijze.

In hoeverre is het schrijverschap van Bukowski het transponeren van zijn ervaringen in taal? Hij behoort tot de taalvaardige foto realisten en vormgevers van de Amerikaanse sub cultuur van het barleven, dat voor iedere barfly internationaal herkenbaar is. De mechanismes, ervaringen en conventies van de barbezoekers zijn in Nederland niet anders dan in andere landen.

De hoofdpersoon Hank Chinaski in Bukowskis proza is het alter ego van de auteur, dat is duidelijk. Realiteit en fictie lijken ogenschijnlijk elkaar volledig te dekken. Het schrijven van Bukowski is greep krijgen op de werkelijheid en orde scheppen in de chaos van zijn leven.

Bukowski schreef een overvloed aan tekst die door bewonderaars poëzie wordt genoemd. Ik ben geen bewonderaar van deze poëzie en las tot mijn verwondering gisteravond een lovend artikel over de gedichten van Bukowski in The Guardian , het links liberale, oersaaie Engelse blad dat regelmatig aandacht aan kunst besteed en waar mijn goede vriend, de buitengewoon begaafde Lee W. uit de Franse stad C. enkele kunsthistorische ingezonden stukken schreef over zijn ontdekking van een wandschildering van leonardo da Vinci in een Frans kasteel.

Naar mijn smaak is Bukowski een groot schrijver van proza en a lousy poet.

Merkwaardig genoeg dragen de titels van diverse boeken van zijn hand poëtische titels van een hoog nivo en een grote oorspronkelijkheid.

Is Bukowski de dichter van de poëtische one liner?

Daar lijkt het wel op.

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: