Skip to content

DOOR DE OORLOG DOOR ELKAAR HEEN GEGOOIDE HALF OF HEEL GESTOORDE KINDEREN (DEEL 2)

januari 14, 2018

Hans Laurentius was daar één van.

Al gauw begon ik me te interesseren voor radio ontvangst en in de derde klas lagere school bouwde ik uit wat onderdelen een primitieve ontvanger, een kristal ontvanger waar je met een koptelefoon naar kon luisteren.

Uit karton maakte ik een grote koker waar ik tientallen meters geïsoleerd koperdraad om wond met op iedere tien windingen een aftakking om diverse golfbereiken te kunnen ontvangen.

Ik had als tienjarige een grote chemiedoos, reageerbuizen, retorten en vaak stonk de keuken naar chloorgas, zwavelwaterstofgas, maakte andere gassen of brandde magnesium lint met een fel licht en een vat met zuurstof .

Mijn “laboratorium” was in de keuken.

Net als Barthold Schwartz poogde ik buskruit te maken en het is nog een wonder dat het hele huis niet in de lucht is gevlogen, want de grondstoffen waren vrij te koop bij de drogist in de van Breestraat, waar van de eige-naar elke keer bezorgd vroeg of ik wel toestemming van mijn moeder had.

Soms belde hij op naar mijn grootouders als ik weer een zak zwavelpoe-der en kaliumchloraat kwam halen.

Woensdag- en zaterdagmiddagen liep ik met Bertje S. of Hans Laurentius naar het Waterlooplein en dat was een heel eind lopen van uit Amsterdam zuid.

Of we gingen naar het Vondelpark, namen pijl en boog mee, indianen-hoofdtooi en een sabel van hout of van een koperen traproe.

Ik hoor in het Vondelpark nog een Indiese jongen hard tegen een andere jongen schreeuwen: ”Sodemieter op of ik draai je kop uit de piskom!!!”

Dat was nog eens taal naar mijn jongenshart.

Ik bleef nieuwsgierig toekijken wat er zou gaan gebeuren met het slacht-offer.

Zijn kop werd niet uit de piskom gedraaid.

Volgende keer beter, dacht ik.

Ik kwam over huis bij Wiebe Rapmund, wiens vader tekenleraar was. Wiebe had indianen versierselen eigen handig gemaakt waar o.a. muizen-schedels en stukjes bont in speren hingen. Ik was geïmponeerd door zijn kreatieve aanpak. Uren lang speelde ik na schooltijd met mijn vriendjes, voetbalde met ze, speelde indiaantje en ging naar het Museumplein dat toen nog het ijsclubterrein heette en een chaos van zand, stenen , water en modder was.

We bouwden er hele forten en vochten jeugdoorlogen uit met andere buurten.

Van een paar stenen maakte ik een primitieve kachel met het stookgat in de wind voor de nodige zuur stof en ik en mijn vriendje Bert stookten er takken en stukjes turf in tot de wijkagent kwam en sommeerde het vuur direkt maar dan ook direkt uit te maken. Hij zou terug komen om het te controleren.

Agenten waren in de jaren veertig en vijftig halve nazis. Ze hadden weinig of niets omhanden.

Ex-Jodenverlinkers. Versliegeraars.

Voor het lopen op het gras of voetballen in de straat werden schooljongens opgebracht naar het politieburo en een middag vast gezet. Geen wonder dat de Nederlandse politie bij de Joden vervolging zo’n enthousiaste rol had gespeeld!

 

 

 

 

 

 

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: