Skip to content

Prachtige fijngristelijke verhaaltjes, dus altijd bereid een ander op te lichten. Als ik een gristen een hand geef tel ik na afloop altijd even mijn kloten na, want voor je het weet wordt je, zonder dat je het zelf door hebt, zwaar in je kruis getast waar je zelf bij staat

juli 10, 2017

Ina liep naar de bar en begroette Margaret en Paul. Ik zei tegen Ina: “Je moet ze ter begroeting voor de zekerheid maar liever niet zoenen. Ik hoor van deze meneer en mevrouw net dat ze aan de meest verschrikkelijke,ongeneeslijke geslachtsziektes lijden. Onsmakelijk stel”. Ik stond op en liep naar onze eigen tafel terug.

Mark de Klijn zat aan ons tafeltje.

”Zullen we maar aan de grote ronde tafel gaan zitten, dan hebben we de ruimte en zitten we vlak bij de bar, da’s altijd handig als we willen be-stellen, dan is de aanvoerlijn korter” zei ik.

“Als jij betaalt!” zei Mark zuinig.

Als Ina ging bestellen dan schoten we tenminste wat op, want vrouwen werden sneller bediend door het personeel.

”Zullen we het eens artistiek op een zuipen zetten?” stelde ik Mark voor.

De stijl gereformeerde Mark reageerde geschrokken op mijn vraag: ”Nee, nee, daar kan ik niet aan beginnen. We eten om zes uur, dan kom ik nooit op tijd meer thuis en met een kegel hoef ik niet binnen te komen, dat ruikt Henke zo. Dat kan ik niet maken. De situatie is toch al zo gespannen. Ik moet vanavond ook nog op ouderlingenbezoek”.

“Bel dan even op naar Henke dat ze het eten op een laag pitje zet. Echte artiesten eten niet om zes uur”, zei ik wat korzelig om zijn burgermans-getrut.

”Henke heeft er vreselijk de pest in als ik ook maar één minuut later kom, dan denkt ze dat ik  weer achter een of ander wijf aan zit”, weifelde Mark.

”Kom op, Markje! Je wilt toch een echte kunstenaar lijken? Vooruit man! Laat je wijf weten wie de baas in huis is! Hier heb je een kwartje, dan kun je nu even gaan bellen dat ze de stamppot warm houdt!”

Ik duwde het muntstuk in zijn zweterige hand. Hij stond onzeker op en liep waggelend als een w.c. eend naar de telefooncel. Ik hoorde een ka-bouterachtige gestalte die aan een tafeltje vlak bij de deur zat hard God-verdomme roepen. Ik keek verbaasd op en herkende in de gnurp Henk Hofland die naar me grijnsde en riep: ”Alweer de telefooncel bezet. Klote van de bok!”

Ik grijnsde terug want ik herinnerde mij nog goed hoe ik een paar maan-den geleden Hofland met de telefoonhoorn de cel uit had geslagen toen ik strontlazerus was en hij een voortijdig einde aan mijn gesprek wilde ma-ken. Hij liep weken lang met een grote pleister op zijn voorhoofd rond en keek me altijd wat bevreemd aan als ik in zijn buurt kwam.

Mark kwam opgelucht aan ons tafeltje zitten en zei: ”Hè, hè, het is gelukt hoor. Ik mag een uurtje later thuis komen, maar beslist niet later anders is er voor de zoveelste stront in de tent”.

Mark zat al jaren flink onder de plak net als de meestee van die contra-prestatie artiesten en subsidievreters. Grote verhalen aan de bar, maar tegen zes uur keken ze verschrikt op hun horloge, werden lijkbleek, sta-melden een excuus en gingen er als de weerlicht vandoor naar het vrouw-tje en de kindertjes in het warme, veilige nest, waar de lepel in de pappot stond.

Ik pakte mijn zwarte diplomatenkoffertje en haalde er een map uit met mij toegestuurde rekeningen ter hoogte van meer dan vierduizend gulden die mijn onderhuurder Leo, een gereformeerde gesubsidieerde kunstenmaker niet voldaan had aan Gemeentelijk Grondbedrijf waarvan ik het atelier huurde. We hadden afgesproken met de overgesubsidieerde kontrapresta-tiebeeldhouwer Leo van den Bos om vanmiddag over zijn huurschuld te praten. Het was al zeven uur en ik had met Leo om zes uur afgesproken. ”Ik had mijn atelier beter aan jou kunnen doorverhuren”, zei ik tegen Mark.

”Oh, dat had je kunnen doen, maar ik had je ook geen huur betaald hoor, maak je maar geen illusies. Jullie zijn rijk, hebben een mooi huis en Ina een goede baan, dus waarom zou ik dan huur betalen ”, zei Mark,”

Ik zei hem dat ik bij wanbetaling van mijn onderhuurder voor die huur opdraaide, omdat ik uiteindelijk toch verantwoordelijk was voor de be-taling van de huur. Mark noch Leo hadden er klaarblijkelijk bezwaar tegen me op te lichten. Beiden zeer christelijk, vrijgemaakt gereformeerd, dan weet je het wel. Prachtige fijngristelijke verhaaltjes, dus altijd bereid een ander op te lichten. Als ik een gristen een hand geef tel ik na afloop altijd even mijn kloten na, want voor je het weet wordt je, zonder dat je het zelf door hebt, zwaar in je kruis getast waar je zelf bij staat. Mijn onderhuurder betaalde dus niet de afgesproken huur, die hij notabene via de contraprestatie vergoed kreeg, hij hoefde er geen vinger voor uit te steken als gesubsidieerde kunstenmaker.Het waren honden, die christelijke subsidievretende kunstenaars. In de watten gelegde tandeloze zuigmondjes die in een roze wolk van talkpoeder vertoefden aan de tiet van de subsidieverlener.Als ze je niet konden besodemieteren,dan leefden ze niet. Nogal logies dat de wijven van Mark, maar ook van Leo al lang waren weg gelopen. Niet alle vrouwen waren gecharmeerd van kleine oplichtertjes.

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: