Skip to content

Door de oorlog door elkaar heen gegooide half of heel gestoorde kinderen van hoer-en, NSB-ers, ex-SSers, verzetsmensen, zwart handelaren, dieven, inbrekers en pooiers waren mijn klasgenoten

juni 17, 2017

Na een half jaar kwam mijn vader uit de psychiatriese inrichting en begon zich weer incidenteel met onze opvoeding te bemoeien, uiteraard op negatieve, desastreuze wijze, ondanks dat wij bij de grootouders woonden.

Ik voelde me ongemakkelijk de schaarse keren dat ik hem zag. De inhoud van zijn antiquariaat aan de Grimburgwal was door zijn tweede vrouw geroofd en verkocht aan een ex-SS-er die een boekenstalletje in de Oude Huismanpoort had. De “vader” was begonnen in een kleine winkel met bovenwoning aan de Nieuwe Spiegelstraat 48. De voornaamste handel bestond uit antiquariese grafiek en wat oude boeken. Ik kwam er in 1951 en las de boeken van Prof Tenhaeff, parapsycholoog o.a. over het spititime en een verhandeling over het Tibethaanse Dodenboek waarin de NDE werd beschreven van de tunnel en het licht. Bijna dood ervaringen en verslagen over uittredingen van de geest uit het lichaam. Het joeg mij niet weinig schrik aan.

In 1952 -ik was 9- ging een keer op bezoek in deze winkel -Antiquariaat De Kring- op een avond toen er een festiviteit was voor de winkels in het Spiegelkwartier. Kaarsjes brandden in alle etalages. Sfeer alom. Midden in een les werden Marjan en ik uit de klas van de christelijke lagere school (de van Loon school), waar ik me erg goed thuis voelde omdat er persoonlijke aandacht was van de juf, weg gehaald en naar de openbare Nicolaas Maessschool gebracht. Ik kwam uit een klas met nog geen twintig kinderen uit gegoede milieus in een overvolle klas van 52 leerlingen, voonamelijk uit de laagste klasse van de bevolking. (Tussen 2002 en nu heb ik met enkele ex-klasgenoten sporadisch mail contact gehad. Een reunie liet ik schieten omdat ik in de Bourgogne zat) Door de oorlog door elkaar heen gegooide half of heel gestoorde kinderen van hoeren, NSB-ers, ex-SSers, verzetsmensen, zwart handelaren, dieven, inbrekers en pooiers waren mijn klasgenoten.

We werden geterroriseerd door een juffrouw van 72. Er was groot tekort aan onderwijs-personeel en iedereen kon op welke leeftijd dan ook aan de slag komen.

Juffrouw Hendrikse was heel streng en deelde ouderwetse straffen uit, maar al gauw kon ik het dankzij mijn aanzienlijke aanpassingsvermogen en intelligentie goed met haar vinden en met nog een of twee leerlingen haalden we haar elke middag af bij haar huis aan de van Breestraat, een parallelstraat van de Palestrinastraat met prachtige huizen. Heel Amster-dam oud zuid rond het concertgebouw kenmerkt zich nog steeds doordat bijna ieder huis van een ander verschilt en als kind vanaf vier jaar voelde ik mij al heel goed thuis in die buurt.

De huizen hadden er iets statigs en zijn toch geruststellend van karakter. Ze waren gebouwd aan het begin van de twintigste eeuw voor de gegoede burgerij. Ik kon heel goed en gemakkelijk leren en mocht daarom als privilege uit de boekenkast achter in de klas boeken pakken als ik er zin in had en klaar was met mijn schoolwerk dat ik altijd eerder af haddan de anderen. Ik verveelde me op school voornamelijk omdat van de vijf uur school ik minstens 2 uur voor mezelf iets mocht doen tot afgunst van de andere leerlingen. Ik las spannende avonturenboeken als ik mijn schoolwerk af had, boeken die soms geschreven waren voor oudere kinderen, maar ook over Winnetoe en Old Shatterhand. Huckleberry Finn, een spannend avonturenverhaal uit een wereld die ik niet kende.

”Hij is nu eenmaal een beetje voorlijk, dat is een vreemde afwijking” verontschuldigde juf Hendrikse zich bij andere kinderen die nog niet zo goed konden lezen en jaloers op mij waren dat ik privileges had. Klachten alom door laag geschoolde ouders dat ik een voorkeursbehande-ling kreeg. Ik had immers een uitzonderings positie! Ik had een paar vriendjes, maar niet veel in de klas. Hans Laurentius was daar één van. Al gauw begon ik me te interesseren voor radio ontvangst en in de derde klas lagere school bouwde ik uit wat onderdelen een primitieve ontvanger, een kristal ontvanger waar je met een koptelefoon naar kon luisteren. Uit karton maakte ik een grote koker waar ik tientallen meters geïsoleerd koperdraad om wond met op iedere tien windingen een aftakking om diverse golfbereiken te kunnen ontvangen. Ik had als tienjarige een grote chemiedoos, reageerbuizen, retorten en vaak stonk de keuken naar chloorgas, zwavelwaterstofgas, maakte andere gassen of brandde magnesium lint met een fel licht en een vat met zuurstof .

Mijn “laboratorium” was in de keuken. Net als Barthold Schwartz poogde ik buskruit te maken en het is nog een wonder dat het hele huis niet in de lucht is gevlogen, want de grondstoffen waren vrij te koop bij de drogist in de van Breestraat, waar van de eige-naar elke keer bezorgd vroeg of ik wel toestemming van mijn moeder had. Soms belde hij op naar mijn grootouders als ik weer een zak zwavelpoeder en kaliumchloraat kwam halen. Woensdag- en zaterdagmiddagen liep ik met Bertje S. of Hans Laurentius naar het Waterlooplein en dat was een heel eind lopen van uit Amsterdam zuid. Of we gingen naar het Vondelpark, namen pijl en boog mee, indianen-hoofdtooi en een sabel van hout of van een koperen traproe. Ik hoor in het Vondelpark nog een Indiese jongen hard tegen een andere jongen schreeuwen: ”Sodemieter op of ik draai je kop uit de piskom!!!” Dat was nog eens taal naar mijn jongenshart. Ik bleef nieuwsgierig toekijken wat er zou gaan gebeuren met het slachtoffer. Zijn kop werd niet uit de piskom gedraaid. Volgende keer beter, dacht ik.

Ik kwam over huis bij Wiebe Rapmund, wiens vader tekenleraar was. Wiebe had indianen versierselen eigen handig gemaakt waar o.a. muizen-schedels en stukjes bont in speren hingen. Ik was geïmponeerd door zijn kreatieve aanpak. Uren lang speelde ik na schooltijd met mijn vriendjes, voetbalde met ze, speelde indiaantje en ging naar het Museumplein dat toen nog het ijsclubterrein heette en een chaos van zand, stenen , water en modder was. We bouwden er hele forten en vochten jeugdoorlogen uit met andere buurten. Van een paar stenen maakte ik een primitieve kachel met het stookgat in de wind voor de nodige zuur stof en ik en mijn vriendje Bert stookten er takken en stukjes turf in tot de wijkagent kwam en sommeerde het vuur direkt maar dan ook direkt uit te maken. Hij zou terug komen om het te controleren. Agenten waren in de jaren veertig en vijftig halve nazis. Ze hadden weinig of niets omhanden. Ex-Jodenverlinkers. Versliegeraars. Voor het lopen op het gras of voetballen in de straat werden schooljongens opgebracht naar het politieburo en een middag vast gezet. Geen wonder dat de Nederlandse politie bij de Joden vervolging zo’n enthousiaste rol had gespeeld!

 

 

 

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: