Skip to content

En vooral geen opoejurken, bloemkoolpermanent of sandalen aan d’r bespataderde poten of  haar op d’r tieten, want dan knap ik af…snap je wat ik bedoel?

juni 15, 2017

Er moet gewoon iemand zijn als ik thuis kom, ze moet mee gaan slapen, maar wel eerst douchen, ze moet ongeveer een meter vierenzeventig tot een meter vier en tachtig zijn, vooral niet langer dan ik, want ik wil mijn ongeluk kunnen over zien. Ze moet zwart haar hebben, een gave, olijfkleurige huid, een slank postuur hebben, sexy lingerie aantrekken wanneer ik dat wil, geen taboes in bed kennen, een trio niet uit de weg gaan, beslist bisexueel zijn en ik wil er bij zijn als ze het met d’r vriendin doet. Ik hoef niet direct mee te doen, maar ik wil er wel bij zijn om de supervisie er over te houden om door een koperen roeptoeter ze aan te moedigen net als bij een roeiwedstrijd. Alles in eigen hand.

Ik wil aanwijzingen kunnen geven, standjes bepalen.

Misschien om spannende fotos te maken die kan ik dan naar de Chick of de Candy opsturen, die betalen goed, of een leuk videootje op te nemen voor later als we oud zijn en in het bejaardentehuis zitten.

Een mediterraan tiepje, een Spaanse of een Jodin lijkt me wel wat, alleen rebbelen die de hele dag aan je kop tot je hoofd er van gaat tollen.

Joodse vrouwen zijn lastige vrouwen, zeggen ze.

En vooral geen opoejurken, bloemkoolpermanent of sandalen aan d’r bespataderde poten of  haar op d’r tieten, want dan knap ik af…snap je wat ik bedoel?

Maar wat moet ik ze gaan vertellen op dat huwelijksburo?

Dat ik een toonaangevende auteur ben?

Een bekend beeldend kunstenaar? Dat ik meer dan tweehonderdvijftig tentoonstellingen op mijn naam heb in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Engeland en de V.S., maar geen cent te makken? Dat ik wakker lig van mijn belastingaanslag?

Vrouwen hebben van nature minachting voor kunstenaars, behalve als ze stinkend rijk zijn.

In deze tijd hebben ze liever een afdelingschef van de groente afdeling van een supermarkt of een plattelandsnotaris.

Een benauwde, vroeg kalende boekhouder of een behoedzame adjunkt- commies met gebogen schouders en een zuinig mondje.

En weet je wat ook de makkes is; de meeste lekkere wijven hebben al iemand, die hoeven niet op zoek te gaan, dat zijn bloemen waar de bijen vanzelf op af komen.

Ik ben geen koningsbij, meer een sluipwesp, die zijn gal legt op een eiken- blad in de herfst van het leven.

Die wijven willen allemaal een kamerbreed leren bankstel om op te wippen -leer neemt goed af- en tien bontjassen in successie; anders wordt er weer eens een half jaar niet geneukt.

Zo gaat dat toch.

Een Jaguar onder hun  glad geschoren ontuchtige bibsje. Ik heb alleen maar een Honda scooter van tien jaar geleden onder mijn billen die meer dan tienduizend kilometer heeft gelopen en een ouwe Fongers fiets.

Ik heb ook nog een paar maanden onverzekerd gereden omdat ik geen geld had op dat moment.

Wat is nou eigenlijk belangrijker, de kunst of een mooie vrouw?

Ik moet eerlijk zijn, dat is het minste dat je van mij mag verwachten. Een eerlijk man heeft niets te verliezen, behalve zijn smoel. Eenzaamheid is nog net uit te houden, net draaglijk.

Het blijft een grote last. Niet kunnen schilderen en schrijven, dat is nog veel erger dan eenzaam zijn.

En de dood ook niet, daar heb ik een broertje de dood aan. Mijn broer is al twintig jaar dood, maar soms denk ik dat hij beter af is dan de levenden. Er staan verschrikkelijke dingen te gebeuren heb ik ergens gelezen.

Zij die in de steden zijn benijd ik geenszins.

Zij kunnen beter naar de bergen vluchten. Ik denk dat ik ’t vandaag of morgen ook maar doe.

Aan de andere kant; armoede en miskenning horen er bij. Eenzaamheid. En de dood al helemaal, want dan houdt alles op.

Daarom is zelfmoord voor mij een optie.

Zong Bob Luman niet weinig overtuigend begin zestiger jaren: let’s think about the living, let’s think about life?

Het zou een E.O. lied kunnen zijn als het niet zo basic was. Bij de E.O. winden ze overal doekjes om.

Ze liegen dat ze barsten bij de E.O., vooral die Andries Knevel, dat zei mijn nog steeds aantrekkelijke, slim ogende vriendin Marlou uit Haarlem altijd.

Voor Marlou heb ik respect. Zij heeft alles uit het leven gehaald wat er uit valt te halen.

Nee, als er één niet voor de poes is.

Ik heb alles in huis als het moment daar is…voor de zekerheid. Om zeker te zijn als ik niet meer verder kan schrijven en schilderen, dan hoeft het voor mij ook niet meer.

Ik schilder, dus ik besta. Als ik echt niet meer kan schrijven…Niet meer, nooit meer…Nu heb ik tenminste de zekerheid dat ik ik dan zonder pijn of omzien in spijt en wroeging om wat niet was aan mijn einde kom. Dat ik niet uit het raam hoef te springen als Jan Arends of het Spaarne ’s ochtends vroeg in hoef te lopen als de Haarlemse beeldhouwster Janneke D., die het met de kunstrecensent Hein S. van het Haarlems Dagblad deed in de mid- zestiger jaren.

Ze wilde naar New York zwemmen, dan heb je een eind te gaan vanuit Haarlem voor je het zeegat uit bent.

Als ik niet meer verder kan, dan maak ik er ook gegarandeerd een einde aan. Op pijnloze wijze. Zeker weten. Dan is mijn leven zinloos geworden!

Mijn enige zelfbehoud is de literatuur.

Als ik lees, leef ik in andermans levens, dat is voyeuristisch, dat zien ze als een vlucht uit de realiteit, als een zwaktebod, maar dat kan me niets schelen.

Mijn zwakte is ook mijn sterke punt.

Thuis hadden we geen boeken, tenminste geen literatuur. Mijn grootmoe- der had wel een kast vol boeken over occulte onderwerpen.

We hadden niet eens de Bijbel, dat vonden mijn grootouders een goor boek vol met leugens. Fabeltjes voor de vaak, vonden ze het.

Het Oude Testament stond volgens hen vol verhalen over moord en woes te neukpartijen waar ze niets van moesten hebben.

Als ik ze moest geloven waren pornobladen als de Candy en de Chick damesbladen voor naaikransjes vergeleken bij de Bijbel.

Zelfs de kinderbijbel van Anne de Vries moest worden opgeborgen als mijn vader een maal in het half jaar langs kwam want hij kon de gekruisigde Christus niet aanschouwen zonder te gaan vloeken, schuimbekken en over de grond gaan rollen.

Die kinderbijbel heeft hij een keer aan stukken gescheurd. Het leek The Exorcist wel als hij op bezoek kwam. Gelukkig was dat hooguit twee maal per jaar. Lekker rustig.

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: