Skip to content

EEN LASTIGE JONGEN (DEEL 1). EEN OORLOGSVERHAAL

juni 12, 2017

EEN LASTIGE JONGEN (DEEL 1). EEN OORLOGSVERHAAL

Mijn biologische vader, Frits van der Wal, leed aan een niet te behandelen psychiese, zware afwijking, Borderline, waar de psychiaters van voor en vlak na de oorlog geen remedie voor hadden.

Vanaf kleutertijd was hij onder psychiatrische behandeling. Die Freudiaans psychiater raadde aan dat hem geen strobreed in de weg mocht worden gelegd.

Hij leefde zich als kind uit in voetbal. Het was zijn enige liefhebberij. Om de buren uit te dagen maakte hij als kind van elf een zwaantje in de ringen aan de hijsbalk die aan de gevel van een herenhuis aan de Bredeweg te Amsterdam-Watergraafsmeer, meer dan tien meter boven de grond was bevestigd.

Een opleiding werd niets.

Na het mislukte halve jaar aan de ULO en de toenmalige simpele opleiding voor de moderne boekhandel die te volgen was na de lagere school volontairde hij in een boekwinkel te Amsterdam.

Ook dat werd geen succes. Hij werd ontslagen. In 1938 werd hij tot grote opluchting van zijn ouders opgeroepen voor de militaire dienst, waar hij het niet verder zou brengen dan soldaat eerste klas en de bijnaam kreeg Woerd Snater, omdat hij nooit zijn mond kon houden, ook niet toen de vijand in aantocht was. Het lachnummer van het peloton. Zijn militaire diensttijd werd tot grote vreugde van zijn zuster en ouders verlengd in verband met de dreigende oorlogsituatie.

Tijdens de mei dagen van 1940 was hij gelegerd aan de IJssellinie en vervolgens op de Grebbeberg.

Ik vroeg hem eens waar de krijgshandelingen uit hadden bestaan, omdat ik hem niet bepaald zoals mijn zuster als held zag. Hij loog van alles aan elkaar zoals  het verzinsel dat hij de militaire Willemsorde had gekregen, officier was geweest, geheim agent van MI 6, tot de laatste man op de Grebbeberg zou hebben gevochten ‘schietend met een zware mitrailleur van af de heup’, hij zou in zijn eentje hele SS tankdivisies hebben tegen gehouden, zijn verdienste was dat hij WO 2 persoonlijk had ‘gewonnen’ en het ‘geheim van het Englandspiel kendewaar niemand behave hij iets van af wist’.

Hij bralde: ‘Zonder mij was de tweede wereldoorlog verloren geweest! Ik heb de democratie gered!’

Hij zocht contact in de jaren ’70 met Igor Cornelissen van Vrij Nederland om zijn ‘geheimen’ over het Englandspiel het Nederlandse volk mede te delen.  Hij had een paar boeken gelezen over het ‘Englandspiel’ en fingeerde insider te zijn.

Cornelissen liet zich echter niet misleiden.

Frits van der Wal vertelde over de  eerste oorlogsdagen dat het Nederlandse leger zo slecht bewapend was in vergelijking met het moderne Duitse leger en de beschietingen van de automatiese wapens en artillerie zo hevig dat hij alleen maar met zijn helm over zijn kop met het gezicht voorover op de grond in de aarde gedrukt lag om zo weinig mo-gelijk doelwit te zijn en de kans niet eens kreeg om terug te schieten. Hij heeft volgens eigen zeggen geen schot gelost. In de jaren zeventig, toen iedere Nederlander een dap-pere verzetsman was, werden zijn verhalen steeds ongeloofwaardiger en fantastischer. Een kapitein gaf al gauw op de Grebbeberg het bevel tot terugtrekken met de historiese woorden: ‘Weg wezen, mannen. Het wordt hier levensgevaarlijk!’

De manschappen vluchtten op fietsen of te voet en raakten verspreid van hun onderdeel. Ze moesten zich melden bij elke stelling die ze tegen kwamen anders zouden ze als deserteur geklassificeerd kunnen worden en standrechterlijk neergeschoten. Het wielrijders peloton had geen geweren maar fietspompen.

Toen het sein van de Duitse aanval kwam zou Frits  in opdracht van de peletonscomman-dant bepaalde geschreven orders en papieren met het stempel ‘Streng Geheim’ verbran-d om ze niet in handen van de Duitsers te laten vallen, maar dit kan een verzinsel zijn omdat een soldaat niet in het bezit was van ‘belangrijke orders’.

Na de capitulatie raakte hij zoals zo velen in krijgsgevangenschap, voor korte tijd maar werd snel vrij gelaten na tussenkomst door zijn vader die hem als onmisbaar voor zijn zaken op gaf en keerde terug naar Amsterdam, waar hij een doelloos, werkeloos bestaan leidde en vooral tot overlast was voor zijn ouders. Hij terroriseerde zijn zuster zodanig dat zij op het punt heeft gestaan hem bij de Duitsers aan te geven in 1944 toen hij was gevlucht uit Renkum omdat hij gezocht werd door de SD.

Enige tijd was Frits van der Wal na de oorlogsdagen doof door het kanonvuur van de vijand.

Hij was bevriend met de Amsterdamse gymnastiekleraar Charles Dijkmans die een vrijgevochten leven leidde en een regelmatig cafébezoeker was.

Hij kende hem van voor de oorlog en had hem ontmoet op de Sintelbaan waar zij beiden aan atletiek deden. Ze hingen opschepperige, brallerige sterke verhalen op tegen elkaar.

Via Dijkmans kwam Frits van der Wal  in kontakt met een ‘geheim agent’ en voor deze – al of niet bestaande figuur, de identiteit van deze meneer is nooit opgelost- verzamelde hij gegevens betreffende Duitse troepen verplaatsingen (onbewijsbaar), Duitse buros (waar iedereen echter het adres wel van wist) en Duitse objekten.

Bewijzen ontbreken.

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: