Skip to content

En als ik dan denk aan mijn Franse avontuur, om het zo maar te noemen, dan is het tot me doorgedrongen dat er echt een enorme kloof gaapt tussen een land als Frankrijk en Nederland op vrijwel elk terrein

mei 25, 2017

Mijn echtgenote las al jaren geleden Stendhal, maar ook Celine, Camus en dat soort dingen. Ik had daar wel enige eerbied voor. Dus ik ging ook Stendhal, Celine en Camus lezen en ik kocht een keer een antiquarische uitgave van Les fleurs du mal in de Oudemanhuispoort bij een boekenstalletje van een ex-S.S.er die in samenwerking met de tweede vrouw van mijn vader de boekenvoorraad in 1949 heeft gestolen uit de winkel van mijn vader aan de Grimburgwal, naast het pand van Antiquaar Pfann, waar nu sinds 1971 Galerie Mokum is ge vestigd. En vooral Céline. En als ik dan denk aan mijn Franse avontuur, om het zo maar te noemen, dan is het tot me doorgedrongen dat er echt een enorme kloof gaapt tussen een land als Frankrijk en Nederland op vrijwel elk terrein. Dat Frankrijk een literatuur heeft van honderden jaren die nog steeds in pocket boeken gelezen wordt, die nog leeft. Dat heeft Nederland helemaal niet, daar lezen ze op school alleen de Bijbel, de Telegraaf (voor wie zes jaar lagere school heeft gevolgd), de Volkskrant en Godfried Bomans. Uitzonderingen daar ge laten. Bomans ; dat is ook zoiets! Populair onder gepensioneerde schoolmeesters en belastingambtenaren. Met grote moeite kunnen we wel zeggen: ja, Multatuli is wel een groot schrijver, maar ja, die uitgave is nog steeds niet klaar en we lezen ‘m voor het gemak ook maar niet meer op school want het past niet zo bij de belevingswereld van de jeugd die alleen weet wat er op MTV te zien is en liever in de kroeg hangt om aids op te lopen. Vorig jaar is er wéér geen deel uitgekomen. Ik beleef misschien het einde niet eens meer en het kan me ook niets schelen. Ik vond bijvoorbeeld geen bal aan de Max Havelaar. Nederlandse literatuur van voor de oorlog is nauwelijks interes sant, Bordewijk uitgezonderd. De rest is ouwe meuk. Couperus? Om bij in slaap te vallen. Powezie van de tachtigers lees ik nog wel eens, voornamelijk om de curieuze woordverspinningen en gehaspel. Ieder zesderangs journalist van een provinciaal Frans blaadje dat twee keer per week uitkomt heeft wel een vuistdikke roman in zijn burola liggen. Het kleinste dorpje van tweehonderd inwoners organiseert ten toonstellingen, die door de burgemeester worden geopend. Laatst nog kreeg ik tijdens een tentoonstellings opening cherry tomatoes (To mates cerises) gepresenteerd door een vrouwelijke burgemeester uit haar eigen tuin. Kom er maar eens om in Nederland waar de een of andere Burgemeester Bullebak altijd wel een onderknuppel uit de kast trekt om de mindere karweitjes te doen. Nederland is een oligar chie, een nepotistiese regentenstaat met een democratiese facade. Hier in Frankrijk word je als kunstenaar serieus genomen. Krijg je een hand van de eigenaresse als je de Auberge binnen komt en een zoen van de kok, recht op je bek en dan wringt hij zijn tong naar binnen, want daar zijn ze niet zuinig mee. Waarmee? Ik geloof dat ik wel duidelijk ben geweest…mannen die van mannen houden is hier vieux jeu. Het spreekt allemaal vanzelf. De Pléiade wordt gesubsidieerd en daarna door de Arbeiderspers in vertaling uitgebracht in Privé-domein. Die serie heeft terecht een prijs gekregen, maar aan de andere kant…. Iedereen krijgt maar prijzen en wie een prijs heeft gekregen geeft volgende jaar weer een prijs aan degene die hem vorig jaar een prijs gaf, he. Een zichzelf genererend circuit. Wie met iedereen mee ouwe hoert, geen rancunes heeft of er geen enkele mening op na houdt, krijgt opdrachten, prijzen, subsidies en beurzen in Nederland. Die collegaatjes denken dat ze iets voor stellen, maar het zijn fooien en fopspenen waar ze mee tevreden zijn. Hun werk verdwijnt vanzelf wel door de draaimolen van de tijd de vergetelheid in. Eeuwen lang hebben ernstige geleerden naar de perpetuum mobile gezocht, maar de vaderlandse kunstenaarsjuryleden hebben het uitgevonden, hoor ! Op kosten van de belastingbetaler uiteraad, want dat spreekt vanzelf in Holland-kunstenaarsland! Maar ik had het over de het subsidieren van De Pleiade reeks, dat is…’ En dat is verkeerd? Wie zegt dat ‘t verkeerd is? Hoe komt U erbij ? Wist U dat ik al in 1960 de kraag van mijn regenjas had opgeslagen als het niet regende, hetgeen gebruikelijk was in de Franse Film Noir van vlak na de oorlog. Ik was daar maar vijftien jaar mee te laat en geloof zelfs dat die kraag uit principe jaren lang niet naar beneden is geweest en steeds vetter werd door mijn lange haar. Zelfs Camus liep rond met een op ge slagen kraag en een eeuwige sigaret in zijn verlopen bakkes alsof hij een pooier uit Marseille was. Nogal logisch dat hij door zijwind en kraagverblinding met zijn bolide tegen een boom is gereden. De Franse film liep altijd over van wat men in Nederland schilderachtige, verlopen tiepes noemt. Belmondo bijvoorbeeld, waar ik in de zestiger jaren een groot bewonderaar van was. Gerard Depardieu, die toch een heel goed acteur is, maar er uit ziet als een mislukte aardappel. Zelfs Romy Schneider in haar Parijse tijd groeide uit tot een top ac trice, dan denk ik vooral aan die film Trio Inferno. Niemand die bij U in de klas heeft gezeten heeft een herinnering aan U ? Dat ligt dan aan het gebrek aan observatievermogen van mijn medeleerlingen, denkt U ook niet ? Ik had ook nooit veel behoefte aan me opvallend te gedragen of aan te stellen. Conflicten met leraren vond ik bij voorbaat al zinloos, want je trekt toch aan het kortste eind. Waarom zou je daar dan aan beginnen? Om met smaad overladen te worden weg gestuurd? Ik mail nog wel eens met ex-klasgenoten van de lagere school Jan den D. en Hans L. die allebei beweren dat ik extreem verlegen was in die tijd. Nou, dat zal dan wel kloppen. Het was bij ons thuis een hel en dat had zijn gevolgen. Over het algemeen was mijn zorgvuldig geregisseerde onopvallendheid tussen 1957 en 1967 dus in Haarlem, Heemstede en Bloemendaal opvallend onopvallend, want daar gebeurde sowieso al weinig, dus droeg ik daar met liefde (n)iets aan bij. Ik deed zelfs zo onopvallend dat mijn leraren en klasgenoten van de Da Costakweekschool geen enkele herinnering aan mij hebben ondanks dat ik vijf en een half jaar op die school heb gezeten. Mijn naam is uit de school annalen verwijderd. Het enige dat je kon doen was des avonds de Haarlemmer Hout na zonsondergang in lopen en je laten op pikken door een alleenstaande middelbare heer met een dure auto om daarmee een feestje te bouwen met elkaars intiem. (Oooh, what a thrill; my baby will !) Mijn niet echt praktie se gewoonte daaren tegen om op donkere winteravonden een zonnebril op te zetten in de vroege zestiger jaren heeft veel navolging gevon den bij tekenleraren in Haarlem en Heemstede. De meisjes uit die klas van de Da Costakweekschool; daar viel gewoon weinig aan te ont houden. Kinderen in Schotse plooirokken en mosgroene skibroeken waren het! Kleuters met tieten. En over het algemeen te stom om voor de duvel te dansen.

From → Zonder categorie

2 reacties
  1. fredvanderwal permalink

    Dit is op Fredvanderwal's Weblog herblogd.

    Like

  2. fredvanderwal permalink

    Dit is op Fredvanderwal's Weblog herblogd.

    Like

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: