Skip to content

Echte vrouwen vechten niet, daar wordt om gevochten

mei 25, 2017

Ik was heel wat beter in Engels omdat ik van af mijn dertiende al regelmatig de Popular Electronics kocht en die met behulp van een woordenboek zat uit te spellen. Ik zat in de klas met twintig leerlingen tijdens die Da Costa kweekschool periode van 1960-1966. Een leerlinge, Anneke Junge, kreeg een prijs voor d’r Frans van het maison Descartes in de tweede klas. Een dik meisje met een zware bril, een blozende bollewangenhapsnoet en een paar biljartpoten, dat weet ik nog wel. Twee leerlingen uit die klas zijn uit onvrede met Nederland naar Frankrijk vertrokken. Tien procent is geëmigreerd. Uit een parallelklas vertrokken twee leerlingen naar Nieuw Zeeland, die dachten dat op korte termijn een regen van atoombommen heel Europa met de grond gelijk zou maken. Angst als drijfveer om te emigreren heb ik nooit gekend. Walging wel.’

Daarmee heeft U nog steeds geen antwoord op mijn vraag gegeven.

‘In 1978 verhuisden ik met mijn echtgenote van uit Amsterdam naar Friesland, in feite een ongelukkige Move, dat heeft eigenlijk onmid dellijk het einde van mijn tot dan toe zeer voorspoedige carriere als gearriveerd beeldend kunstenaar betekend en daar is in die achterlijke provincie mijn werk in de vierentwintig jaar dat wij daar woonden mijn werk genegeerd en gediscrimineerd door de per ongeluk bij gebrek aan gewicht omhoog gevallen boeren van de Friese Pers en het Friese Kunstinstituut, maar ook door Groningse instellingen en hun vertegenwoordigers als die in zijn vrije tijd schilderende tekenleraar, de zwaar brillende kikkerkop Diederick Kraaijpoel en drs. Hans van Seventer uit Aduard, alleen omdat ik ex-Amsterdammer was, dat konden ze niet hebben. Wat stellen Noordelijke kunstenaars eigenlijk voor ? Het stro komt ze van onder de pet vandaan. In Leeuwarden kocht de vrouw van een raadslid kunst aan voor de gemeente, een kogelronde boerin met bloemkool permanent, Moeke Faber heette dat mens, ze liep rond met een boerenzakdoek met vier knopen op d’r hoofd vastge speld op die vette varkenskop, een op het hoofd geplette parasol tegen de zon, langs bloedarmoedige kunstmarkten. De Friese kunstenaars , die schijthuizen, deden het (behalve Fred van der Wal) voor haar in hun broek. Ik ben dus nooit aangekocht. Het kwam in feite in Fries land neer op een Berufsverbot. Ik heb er dus tussen 1978 en 2003 ook nauwelijks kunnen tentoonstellen, behalve twee keer bij de TEM in Leeuwarden, daar regelt een joviale, toffe ex-Amsterdammer (Harald Klinkenberg) de tentoonstellingen en dan nog weigerden de provin ciale kunstredacties mijn werk te recenseren. Gelukkig begrijpen Amsterdammers elkaar met een half woord, zodat met Harald in elk ge val geen Babylonische spraakverwarring ontstond zoals met die Friese klei aardappelen constant het geval was. Tegenstanders van mijn werk in Friesland waren o.a. recensenten Sikke Doele, Huub Mous, Johanna Schuurman en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Rimmer (Rimmer; Amerikaans slang voor reetlikker) Mulder of ik kreeg commentaar in het Leeuwarder Sufferdje van een puisterige, zwaar brillende student kunsthistorie die de kunstrubriek er bij deed naast zijn studie, dat mijn werk geschikt was om naast de vullisbak neer te zetten en dat werd nagekwaakt door die duizenden non valeurs die van de contraprestatie vraten, staatskunstenaars als Jan Maaskant die vette percentage opdrachtjes kregen of lid waren van de provinciale artiesten vereniging Fria en nooit iets klaar speelden behalve het communistiese jargon na praten en met hun lul in hun klamme jat andermans wijf verhit achterna liepen, wat de grote mode was onder beeldende kunstenaars van 1945-1990 in Nederland. Ik heb daar nooit aan mee gedaan omdat ik niet graag in andermans kwakkie roer met mijn schuimspaan, dan word je de volgende ochtend wakker met een lul als een rood stoplicht, daar bedank ik voor, alhoewel ik een paar gehuwde dames ken in Frankrijk en Nederland, nou, nou, nou…in een woord adembenemende tiepes waarvoor ik mijn stelregel even voor opzij zou zetten. We moeten nou ook weer niet al te konsekwent zijn. Hoofdredacteur Rimmer Mulder van het Leeuwarder Sufferdje, maar ook provinciale collegaatjes als Eja Siepman van de Berg, Lode Pemmelaar, Henk Helmantel, Rein Pol en Co Cordel, tevens de fijngristelijke tekenleraar Henk Pietersma en het geachte PVDA lid, de te kenleraar Rienk K. en de tekenleraar J.S. verketterden mijn werk achter mijn rug om. In Groningen had ik fervente tegenstanders als de te kenleraar/amateurschilder Diederick Kraaijpoel, de streng gereformeerde kunstschilder Henk Helmantel, de kunstschilderende pantoffel held Fokko Rijkens, de abstracte knoeier Martin Tissing, de stijlgriffermeerde tekenleraar/waterverver Jan van Loon (hij kneep stiekem het akademiemodel van Minerva in d’r kut in de bezemkast) en de even stijl gereformeerde E.O. producer van gezapige kunstprogram mas drs. Hans van Seventer. Ik kon bijvoorbeeld geen lid worden van de Noordelijke Realisten of de Noordelijke aquarellisten en ook niet van de Friesche Kunstenaarsvereniging Fria die ik n.b. zelf heb opgericht in 1985.

Ik ben dus eigenlijk uit Friesland/Groningen weg gepest. Nu is het leven in Frankrijk heel wat beter dan in Nederland, dus wie het laatst lacht …Zelfs een gereformeerde Friesche tekenle raar/ vrijetijdsschilder (Jan van Loon, voorzitter Drentse Kunstenaars Vereniging), die me in het verleden twee maal heeft besodemieterd met tentoonstel-lingen kwam hier in Frankrijk met de pet in zijn hand bij ons landgoed aan bellen en gooide een briefje in de bus met een tekst dat we in een heel erg mooi huis woonden, of iets van dien aard. Ik gooi dat soort slijmerige briefjes natuurlijk gelijk weg want ik ben niet geinteresseerd in wat tekenleraren vinden in het algemeen en in mededelingen over ons huis van overbetaalde gepensioneerde leerkrachten in het bijzonder al helemaal niet, want het is me een kast van een huis waar we in leven en werken. En dat hebben we cash be taald, want voor afbetaling of hypotheken hebben we van nature een grote minachting. Hij kwam trouwens net uit Auxerre waar hij in een boerderij had overnacht van een onduidelijke Amerikaanse kunsthistoricus, de fijn christelijke wazig uit zijn ogen kijkende drs. Paul Clow ney, een Amerikaans domineeszoontje die in die jaren zeventig aardig van ons heeft geprofiteerd in Amsterdam. Ik stelde mijn atelier kos teloos ter beschikking van die droplul, dat had ik beter niet kunnen doen. Hij is gehuwd is met een schatrijke Engelse en dat is maar goed ook, want zelf bereikt hij niets. Zijn enige talent zat in zijn lange haar en zijn christelijke smoesjes. In Londen werd hij ouderling van een fundamentalistische christelijke kerk en directeur van een griffer-meerd kunstcentrum en schijnt in Auxerre een optrek je te hebben. Hij draagt zwarte pakken met hoge stijve boorden, net als de Amish. Op de een of andere manier ben ik via een enorme omweg toch met het Frans in aanraking gekomen terwijl ik mij er altijd op had voor be reid om in zuid Engeland of Ierland te gaan wonen waar ik heel wat minder problemen met de communicatie zou hebben ondervonden. Vooral het eerst jaar in Frankrijk was niet eenvoudig omdat je van alles moest regelen met de overheid, de notaris en advocaten hier om dat de overdracht niet bepaald vlekkeloos ging, zoals wel vaker. Dat heeft ons heel wat geld en ergernis gekost. We hadden de totale koop som vantevoren cash gestort, want in hypotecaire aflossingen hebben we geen zin, dus ik begon toen de overdracht werd uitgesteld na een jaar rente te eisen van de notaris die het bedrag beheerde en dreigde met ontbinding van de voorlopige koopakte als een en ander niet heel snel op schoot. Pas anderhalf jaar later, na een proces dat helemaal in Noord Frankrijk is gevoerd tegen de onwillige erfgenamen van de verkoopster die ook een vinger in de pap hadden en het inschakelen van een zeer bekwame advocaat die de bijnaam de hond van Cosne heeft kregen we uiteindelijk toch de koopakte in handen. Ik had al visoenen dat over twintig jaar nog de overdracht niet was geregeld, want die dingen komen hier regelmatig voor en er zat totaal geen schot in. Het behoort tot de bekende aanloopmoeilijkheden voor ex-patriates. Het zorgde de eerste anderhalf jaar voor een voortdurende druk op de achtergrond –wij hadden al binnen een half jaar voor meer dan een ton geinvesteerd- en zo kwam ik aan mijn beeldend werk nauwelijks toe. De eerste maanden had ik trouwens erg last van maag pijn door het drinken van water dat een andere, kalkrijker samenstelling heeft met meer metaalzouten dan in Nederland en daarom hebben we een koolstoffilter op de kraan gezet. Niet alleen de septic tank en alle leidingen er naar toe waren verstopt maar ook de centrale ver warming was onherstelbaar defect, dus we hebben als de sodommieter houtkachels en elektriese radiatoren aan moeten schaffen. Recla meren na een aankoop van een huis over de verborgen gebreken bestaat hier niet. Zo nu en dan denk je in de middeleeuwen te zijn beland. Die Bourgondiers hebben wel de naam een vrolijk volkje te zijn maar ze hebben wel Jeanne d’ Arc flink te pakken genomen. Ze was natuurlijk ook van huis uit een vreselijk lastige teef. Altijd tegen spreken en zo, dat willen die Fransen helemaal niet. Dat is goed voor calvinisten. Ze zal wel een pot avant la lettre zijn geweest. Echte vrouwen vechten namelijk niet, daar wordt om gevochten.

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: