Skip to content

Ik kan een heel eind met u mee gaan, maar dan doemt daar plotseling de muur op van het ommuurde kerkhof dat zwijgzaamheid heet

maart 20, 2017

Meneer; ik geef hier op gewoon geen antwoord meer. U mag alles van mij zien; ook de spannende S.M. fotos uit 1988 van mij in spannende dames-lingerie met zùkke mannentieten. En wist U dat Hunckmöller Lexis in de nieuwe marketing campagne van 2006 de mannen oproept massaal behas te gaan kopen? En gelooft U niet dat ik dan baanbrekend werk heb verricht met mijn zelfportretten in dameslingerie? Mijn pseudoniem mag dan van kindsbeen af aan Madame Sans Gêne zijn, dat wil ik U wel ver-tellen, maar mijn bankrekening krijgt U vandaag nog niet ter inzage. En morgen ook niet. U ziet maar!

Ik ben Jan Cremer niet, die altijd geldproblemen heeft! Waarom doet U zo moeilijk daar over? Ik kan een heel eind met u mee gaan, maar dan doemt daar plotseling de muur op van het ommuurde kerkhof dat zwijgzaamheid heet.

De dode zielen, hè, die hebben toch ook niks om over naar huis te schrijven? Of heb ik het mis? Hebben zij dan pen en papier in hunne knokige jatten? Niet alleen beschik ik over een absoluut gevoel voor verhoudingen op intermenselijk gebied maar ik heb ook een absoluut gehoor en een buitengewoon geheugen dat zelfs mijn moeder nog steeds verbijstert al-hoewel ik haar sinds mijn tweede jaar niet meer gezien heb en daar ook geen behoefte aan heb.

Ze verblijft trouwens in een inrichting voor katatoniese epileptici.

Zit de hele dag te schommelen in een stoel met een rond gat voor d’r be-hoeftes en zwijgt. Is niet meer aanspreekbaar, wordt kunstmatig gevoed via een plestik buisje in d’r neus, dus ophalen is er niet bij, tragisch, héél tragisch.

Men zegt dat zij de bevalling van haar oudste zoon, gelijk al een knaap als een canapé, reeds in de moederschoot een loeris van hebbikjoudaar ter grootte van een driezitsbank, veel te zwaar bleek voor heur onaanzienlijke gestalte om te torsen en dat ze na die zware bevalling zo is uitgescheurd dat ze nooit meer normaal is geworden.

Ze was gewoonweg niet meer dicht te naaien en kon niet meer lopen na afloop. Zakte gewoon door d’r hoeven als een kreupel paard.

De hele voering lag d’r uit.

De kapselbanden van haar intiem hadden het begeven. Kon je zo naar de rommelmarkt of de Leger Des Heils Winkel van Malle Pietje brengen. Ze is toen krankzinnig geworden.

Een gevaar voor zich zelf èn de sa menleving. Dat schijnt heel vaak voor te komen. Daar wordt geen ruchtbaarheid aan gegeven om erger te voor komen. Als die groep namelijk ook de WAO in wil raakt het land nog failliet. Je hebt daar tehuizen voor.

De verscheurden van hart. Huize “De grote Scheur” van de Zusters van Wederzijdse Bij-stand En Mededogen Tot In Eeuwigheid in Schin op Geul is daar een sprekend voorbeeld van.

Ik weet dat ik als baby van een paar maanden werd rond gereden in een ruw houten sinaasappelkist op massieve rubberen autopedbanden. Rond rij den is een groot woord. Het was rond rossen geblazen. Het was leven op de schobberdebonk, van jongs af aan en ploegen door zware klei. M’n biologiese ouders hadden namelijk geen nagel om hun gat te krabben, dus stonken hun poten naar de stront. Zeep was schaars in de Grote Oor-log. Toilet papier onbetaalbaar. Je pulkte gewoon de drollen met je middelvinger je hol uit. Voor een rol grijs toiletpapier deed je een moord. Een brood honderd gulden.

Mijn wiegje was een stijfselkistje van versplinterd hout. Vochtig. Oorlogspul, hè.

Ik ruik nog de geur van de citrusvruchten en de doorgeseken matras, want luiers kenden we niet, dat gaat schimmelen op de duur en je min-vermogende babylul stond stijf van de eczeem. Ik herinner mij zelfs de bochten die de duwer van de kinderwagen nam als hij tersluiks afdaalde naar de Rijn om een wedstrijdje ver pissen aan te gaan met een hoog blonde dichter, die gefusilleerd is en waarmee hij iets moois zou hebben gehad volgens een buurman. Mijn vader, die ik niet gekend heb was een geheime homo, hoorde ik uit Renkumse roddel kringen.

Het lijk van die poweet hebben de Duitsers joelend achter de Mercedes van Rauter aan gesleept door het dorp onder gejuich van de inwoners die als één blok achter de Wehr macht stond.

De Veluwe, hè. Gereformeerde glimpiepers, dus veel NSB-ers. Allemaal collaborateurs die zand hazen. En doorgewinterde homo haters die grif-fermeerden, dat is nog het ergste, want als de homos niet bestonden hadden ze ze moeten uitvinden, omdat ze duidelijk in een behoefte voor-zien. Marktwerking. Als ik ze iets kwalijk neem…met het eigen geslacht in de hand komt men door het ganse land. Waarom gaan ze dan niet helemaal los? Ik doe er liever niet aan mee, dat is wat anders. Voor je het weet vat je kou op je blaas.

Daarom sta ik ook vierkant achter dat fijne homohuwelijk.

Fred van der Wal spreekt onvermoeibaar verder. Meestal met verve over zijn veel bewogen jeugdjaren en de hel die het bij zijn opvoeders thuis was. Over zijn ene broer die nadat hij de in varkensleder in gebonden luukse editie met goud op snee “Walging” van Sartre had gelezen met zijn zilver gespoten Harley tegen de enige bus van Ibiza frontaal op reed als konsekwentie van zijn net verworven existentialistiese overtuiging en de andere die werd dood geknuppeld als een zeehondje door een potenram-mer in een Haarlemse portiek, net toen hij luidruchtig aan zijn gerief aan het komen was met een tien minuten geleden opgeduikelde, nog niet afgelikte postzegelfrisse, blozende billenmaat met rood stekeltjeshaar uit een achteraf knijpje in een zijstraat van de Grote Houtstraat waar een ver-dacht drugscafé was gevestigd vol Haarlems drugstuig, al waar de ganne-fen, de geilneven, de goorlingen, de bijgoochems en het gedrogeerde semi criminele schorum zijn shot je kwam zetten in de gedoogruimte.

In geuren en kleuren. De bloedspatten zaten tegen het plafond. Alsmede een story over zijn beide dochters en echtgenote, die aanvankelijk alles neukten wat op twee poten rond liep in Friesland en hoe hij daar vierkant achter stond want een meisje heeft d’r tumtummetje niet gekregen om alleen maar met pissen te verslijten, totdat hij ooit eens een druiper op liep in 1968, toen piepte hij wel even anders en moest de lullensmid er aan te pas komen met een injectiespuit als een speer.

Honderduizenden eenheden antibiotica er in gespoten.

Maar verder rept hij vrijwel nooit over zijn vele intieme relaties met Jan en Alleman, waar alleen de betrokkenen over mee kunnen praten en heel goede herinneringen aan schijnen te hebben.

Over zijn niet door hem geautoriseerde intieme verhouding volgens weekblad “Privé” met een zeer hoog geplaatst persoon van de manlijke kunne bij de Hoge Raad in het verleden wil hij niets kwijt om de degelijk gehuwde persoon en zijn familieleden vooral niet indirect te schofferen.

Ik vraag hem naar de details.

”Nou, euh, liever niet als het u uitkomt, want dat is allemaal zo dramaties afgelopen, daar slaat u van achter over met stoel en al als u alle details krijgt medegedeeld via het ministerie, dat berust allemaal in een onderste la met strikt geheime notas, die daar liggen te verstoffen.

Publicatie wil ik maar liever voorkomen, weet u, want daar schieten wij toch allemaal niets mee op.

Voor U het weet breekt u van schrik nog Uw kippennek. En wie krijgt dan weer zoals gewoonlijk de schuld? Nou? Wie?”

 

From → Zonder categorie

One Comment
  1. fredvanderwal permalink

    Dit is op Fredvanderwal's Weblog herblogd.

    Like

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: