Skip to content

FRED VAN DER WAL OVER ZIJN GROOTVADER

december 1, 2016

De grootvader van de kunstschilder Fred van der Wal (30-10-1942 Renkum), de zeer succesvolle zakenman Hendrik Johannes van der Wal (geb. 1 juni 1889 te Amsterdam) was de zoon van Nittert van der Wal (geb. 1853 te Friesland, geboorteplaats onbekend), een drankzuchtige ex-matroos van de wilde vaart (hij voer o.a. op de laatste teaclipper naar China maar dronk liever jenever dan thee) en Maria Cornelia Elisabeth Spier . Het Friese echtpaar verhuisde waar schijnlijk in de jaren tachtig van de negentiende eeuw van Friesland naar Amsterdam. Zij woonden aan de Egelantiersgracht nr. 9 en in de Kerkstraat , vlak bij de Leidsestraat waar de echtelieden een wasserij begonnen die weinig op bracht. Toch viel er genoeg te was sen. Tegen het einde van de negentiende eeuw telde Amsterdam al meer dan 500.000 inwoners .

Hendrik Johannes van der Wal’s roepnaam was Henk. Hij kon goed leren, zo bleek al snel en ging na de lagere school naar de drie jarige HBS op kosten van de gemeente Amsterdam daar zijn armlastige ouders het schoolgeld en boeken niet konden opbrengen. Leerlingen die op kosten van de gemeente door leerden na de lagere school wa ren verplicht de voorgeschreven zwart-rode kleding te dragen zoals in het Amsterdams weeshuis verplicht die o.a. aan gaf dat een scholier “van de armen” studeerde. Dit uniform der armen zette Henk van der Wal als enige armlastige in de klas in een onaangename uit zonderingspositie die hem zijn leven lang tekende. Het huwelijk van zijn ouders was moeizaam; er was veel ruzie dankzij het drankmis bruik van Nittert dat resulteerde in nijpend geldgebrek en werd het de jonge Henk te veel dan kroop hij door het bovenlicht van de deur naar buiten om van het geschreeuw en de echtelijke vechtpartijen even af te zijn. Omstreeks 1903 (de juiste datum is niet vermeld in het archief van de gemeente Amsterdam) overleed Nittert van der Wal door verdrinking na café bezoek. Hij liep onder invloed van al cohol de Herengracht in. Toen zijn levenloze lichaam uit de gracht werd gehaald kwam de veertienjarige Henk van der Wal net voor bij op weg van school naar huis. De overledene liet een vrouw, twee zonen en een dochter na. De oudste zoon Frederik Willem van der Wal (waar de kunstschilder Fred van der Wal naar vernoemd is) zou als jongeman (hij werd direkteur van het postkantoor te Be verwijk) omstreeks 1922 overlijden aan tbc in een sanatorium te Doorn (zomer 1947 kwam de weduwe Sophie van den Berge nog een keer op het adres van Henk van der Wal in de Palestrinastraat 4 , herinnert Fred van der Wal zich. De zuster van Henk van der Wal huwde een Canadees en emigreerde naar Canada en liet nooit meer iets van zich horen. Na uitvoerig genealogies onderzoek in Ca nadese archieven door Fred van der Wal via internet bleek deze zus ter of eventuele nakomelingen niet meer op te sporen.

Na de driejarige HBS werkte Henk van der Wal als klerk bij Werk spoor en bij de Bonneterie . Hij behaalde diverse diplomas handels korrespondentie Frans, Duits en Engels en zou het al snel brengen tot direktiesekretaris. Hij woonde o.a. aan de Leqlercqstraat en aan de Lindengracht, de Koningin-neweg 133 en de Bredeweg 30 in de Watergraafsmeer. Henk van der Wal, geboren Amsterdammer, zou 67 jaar doorbrengen in Amsterdam voor hij een villa kocht in Heem stede dec. 1957 waar hij in 1966 stierf en enkele dagen werd opge baard in zijn werkkamer, die onder de slaapkamer van Fred van der Wal lag.

Toen in 1919 Domela Nieuwenhuis werd begraven en de stoet langs het geopende venster van het zakenpand waar een direktie ver gadering werd gehouden verzocht de toen dertigjarige direktie sekre taris Henk van der Wal om twee minuten stilte voor de overledene met de woorden; hier gaat een groot man voorbij. Het kwam Henk van der Wal te staan op ontslag op staande voet.

Hij had met zijn vooruitziende blik enige jaren lang met een collega van kantoor aandelen van de Amsterdamse Handels Vereniging ge kocht en op het ogenblik dat zij de meerderheid van de aandelen in handen hadden vormden zij de direktie van de onderneming in bouw materialen , gevestigd in Diemen waar in 1867 de Nederlandsche Bouwmaatschappij een stuk grond had verworven ter grootte van een bunder vijfenzestig roeden en dertig ellen groot kadastraal be kend als Sectie H. numeros 4365,4366 en 4367 thans op de leggers bekend onder sectie H numeros 6065 en 6066 gedeeltelijk,benevens een gedeelte der ongenummerde wegen.(De president van de raad van bestuur van de Nederlandsche Bouwmaatschappij was Samuel Mendes Da Costa).De koopprijs was f 7831,79.

De van der Wals bewoonden mogelijk omsteeks 1920 een groot huis aan de chique Koninginneweg 133 nabij het Vondelpark. Waarschijnlijk in deze tijd hadden zij beiden al buitenechtelijke af faires, in het geval van Elisabeth Bigot was er sprake van een musi kus genaamd Bianchi, die in zijn vrije tijd aardig akwarelleerde en als onderhuurder in het zelfde pand woonde (verder was er nog spra ke van een relatie met een dameskapper. Henk van der Wal haalde die affaire wel eens spottend aan met het Amsterdamse volksrijmpje: Knaap de kapper kapt knapper dan de knapste kapper) en Henk van der Wal met een fysiotherapeute genaamd Els . Hij ontmoette haar hoogstwaarschijnlijk regelmatig in het restaurant De Poort van Cleef, dat niet ver van het fabrieksterrein van de Amsterdamse Han delsvereniging lag. Deze relatie kan echter ook in de jaren twintig en/ of dertig hebben gespeeld. De beide echtelieden spraken elkaar na de tweede wereldoorlog nauwelijks meer en groeiden al uit elkaar toen Elisabeth Bigot zich na een lidmaatschap van de Theosofiese Vereniging tot het spiritisme bekeerde en sekretaresse werd van de Nederlandse afdeling van de Society For Parapsychological Re search (door haar echtgenoot spottend “de toverclub” genoemd). Prof. H.C. Tenhaeff , buitengewoon leraar parapsychologie te Utrecht (later ontmaskerd als charletan die onderzoeksrapporten van experimenten vervalste) was een persoonlijke kennis van Elisabeth Bigot. De nuchtere realist Henk van der Wal die overigens volgens zijn oudste zoon Bob wel vage vrijmetselaars sympathieën had moest toch niets van de zweverige, dweperige okkulte belangstel ling van zijn echtgenote hebben.

De bouwmaterialen onderneming floreerde en Henk van der Wal kocht een groot monumentaal pand aan de Sarphatistraat 60 te Am sterdam waar hij kantoor hield als fabrikant en makelaar in onroer end goed. (Als negenjarige zou Fred van der Wal daar zo nu en dan met de grootvader als hij naar kantoor ging mee naar toe gaan met de tram).

De vertrekken en suite beneden waren zo groot dat direkteur Henk van der Wal per telefoon zijn oudste zoon Bob , een mislukte HTS leerling, opriep als hij nodig was, die in de aangrenzende tuinkamer licht administratief werk verrichtte.

Elke ochtend zou Henk van der Wal met de tram of per fiets (een degelijke, zwart gelakte, vooroorlogse Fongers met drie versnelling en en handrem-men ) naar zijn kantoor gaan om daar half tien aan te komen. Auto rijden zou hij net als zijn kleinzoon Fred van der Wal nooit leren . In meerdere opzichten leek de flegmatieke, intel ligente Fred van der Wal meer op zijn grootvader dan op zijn eigen vader . Zomer 1951 gaf de grootvader doch-ter Nettie een donker rode Morris Oxford kado op voorwaarde dat zij hem zo nu en dan met de wagen van kantoor zou halen. Hetgeen zij mokkend deed. In de Palestrinastraat stonden in dat jaar twee autos; één van de Joodse bonthandelaar Knoop , vader van de latere Telegraaf verslaggever Hans Knoop en de andere auto van de zeer welgestelde, doch zuinig levende van der Wals.

In de jaren dertig hadden Henk van der Wal en zijn echtgenote een zwarte bouvier die hem een keer ernstig verwondde door een beet. Hij lag weken lang in bed in het huis aan de Palestrinastraat 4 .De hond werd deur uitgedaan. Henk van der Wal was geen dieren- of mensenliefhebber. Fred van der Wal herinnert zich dat de zwarte kat, genaamd Peter , doodsbang voor opa was als hij kordaat kwam bin nen stampen in de ruime beneden woning aan de Palestrinastraat 4. De kamers waren bemeubeld met sombere Mechelse kasten en zwa re eiken stoelen met veel hout snijwerk waren bekleed met groen fluweel. Over de crapauds waren antimakassars gedrapeerd. Een grote koperen schemerlamp met stoffen kap stond naast een crapaud. De stof van de kap was aan een kant buin gebrand door de hitte van de lamp. Zware fluwelen en damasten gordijnen, opgehangen aan grote koperen gordijnringen en vitrage. Perziese tapijten op de grond. In de gangen en kamers waren nog de aansluitpunten van de vooroorlogse gasverlichting te zien.De huiselijke sfeer en de omgang tussen de familie-leden leek sprekend op het geschetste milieu in de boeken van Couperus. Gezellig was het er nooit. Toch voelde Fred van der Wal zich er veilig tijdens zijn lagere schooljaren, ondanks een voortdurend depressieve grootmoeder die dagelijks in tranen uren lang zwijgend in de keuken door bracht. De tijd leek in het huis van Henk van der Wal te hebben stil gestaan. Je moest bijna een pas poort hebben om er binnen te komen.Vriendjes of vriendinnetjes van Fred van der Wal waren bij voorbaat al niet welkom of werden er zo danig bij de voordeur afgesnauwd dat ze niet meer terug kwamen.

From → Zonder categorie

Geef een reactie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: