Skip to content

De afschuwelijke familie D. aan het Mariotteplein 17 te Amsterdam

30-6-2000 16:30 het gezonde christelijke leven
Geachte Heer H.,
Enige excuses voor mijn onder overvloedige alcohol gedane niet ter zake doende konfidenties die u als burgerman ongetwijfeld lelijk hebben doen schrikken. U zegt het; ik dacht het!

Alkohol in de man wijsheid in de kan op de bodem van de fles.Persoonlijk lust ik wel een keil of wat als kunstartist! U kent dat wel als representant van het inbrave en o-zo-fatsoenlijke orthodokse kalvinisme. Het doet er allemaal niet zo toe, he Heere Jezus zoop ook wel eens een krat wijn op, daar heeft U gelijk in en zoals U mij zich niet herinnert doe ik dat U en Uw echtgenote alsmede de rest van die afschuwelijke familie D. aan het Mariotteplein terdege. Zootje stukken acultureel ongeluk.

Tussen 1963 en 1966 was ik door omtandigheden een regelmatig bezoeker (ten minste twee à drie keer per week) ten huize van de heer en Mevrouw D., Mariotteplein 17, Amsterdam, twee religekkies, U wel bekend, ik kwam er vanwege het tijdelijk aangename gezelschap van hun dochter E.,die zeer zeker van wanten wist op menig terrein des levens. Godtzijdank kwam aan die intieme omgang op haar instigatie 1965 een einde aan, daar zij een betere partij had gevonden in de vorm van een niet al te slimme gereformeerde schoolmeester met vooruitzicht op een baantje tot aan het pensioen in Zuidwolde, zoals U wel bekend.

Een verstandige keuze voor wie geen enkel risiko in het zakenleven of culturele veld durft of kan nemen en de hersens van een garnaal bezit.Mij is het gotzijdank sindsdien steeds beter vergaan en daarom woon ik dan ook in een landhuis in Friesland zonder enig burengerucht en met zeer veel schone natuur rondom.

Een wonderb’re schepping! De Heere is ons zeer welgevallighoe je het ook beiet. je ken het breed lullen en jekan het lang lullen, het is nu eenmaal zo. Kom er maar eens om in het westen! Slechts één maal heb ik in 1964 of ’65 aan Uw schoonzusje Els D. gevraagd;Waarom doet die Lieko Luldebehabehanger zijn bek nooit tegen mij open? Wat heeft die bankbediende tegen me?

Het obligate fijn gristullukke antwoord was uiteraard: Omdat je niet gereformeerd bent wil ie je niet spreken! Of was het: omdat je niet helemaal echt bekeerd bent zoals wij Deutekommen of zoiets misselijks.

Later volgde ik uit de verte Uw carrière in de mid zeventiger jaren toen U financieel direkteur van de E.O. werd.

Wie kon in 1964 vermoeden dat U het nog tot zulk een status zoudet brengen inal uwe onnozelheid! Proficiat!Vervolgens een direkteursschap ener bank als kroon op een voorspoedig verlopen loopbaan en wellicht nu vermoeid en gepensioneerd achter de geraniums op zoek naar de Friese voorvaad’ren, ondanks het gebod de doden de doden te laten. Nee hoor, u weet het weer eens beter!

Midden jaren ’90 mocht ik nog een bezoek brengen aan de familie D. aan het Mariotteplein en ziedaar;ook na dertig jaar was er niets veranderd en klonk uit d e keuken het zo bekende “Welk één vriend is onze Jezus!”

Wat mij betreft;van je beste gerefomeerde vrienden moet je het beslist niet hebben,maar dat is een gans ander chapiter dat veel te ver zou voeren!Helaas wordt de eignetijdse t.v. kijker zo nu en dan gekonfronteerd met dat afschuwelijk ogende kalende,zwaar brillende,het internationale nieuws van gisteren nakakelende minkukel Jeroen S. dat mij elke keer weer doet terug denken aan de sixties hetgeen mij gereregeld het schuim op de ongeschoren bek brengt en ik mijzelve met ten hemel geheven wapperende handen zoals gebruikelijk in het evangeliese miljeutje prijs dat het mijn zoontje niet is.

U ziet:Hij met een grote Ha voorziet in alles en waar een wil is is een weg.Voorts hoeft U ondanks mijn black belt karate nergens voor te vrezen of de polietsies te waarschuwen. Ik ben een vredelievend menssoms. U veel succes toegewenst op Uw genealogiese gynaekologische speurtocht naar uw voor en naaktgeslacht.
Een onvriendelijke groet,
Fred van der Wal.
beeldend kunstenaar

IK STA ALS ÉÉN MAN ACHTER AL MIJN TEKSTEN EN WAT POLITIEK CORRECTE OUWE HOEREN BEWEREN ZAL ME DROGE WORST WEZEN…

Fredvanderwal's Weblog

IK STA ALS ÉÉN MAN ACHTER AL MIJN TEKSTEN EN WAT POLITIEK CORRECTE OUWE HOEREN BEWEREN ZAL ME DROGE WORST WEZEN…

Een boeiend vraaggesprek met Uw man ter plaatse, Fred van der Wal, door de ten onrechte zozeer veronachtzaaamde in Limburg beroemde Staf van Suchtelen uit Schin op Geul, die onder een zorgvuldig bewaard gebleven pseudoniem van Tante Greet uit Margraten in zijn vrije tijd zeer verdienstelijk werk heeft verricht onder de Grootorde der bruine broeders van eeuwig durende bijstand, door hand en spandiensten te verrichten aan seksjuweel misbruik binnen de raad van kerken in de refter en een uit mergel opgetrokken ecologisch huis te bewonen, waarvan de vole trommel van de kakdoos achter in de tuin staat, hetgeen de inwendige mens sterkt bij temperaturen van min dertien als je met je dikke billen vast vriest door onderkoeling aan de metalen bril.
Moet je maar niet een half uur al…

View original post 1.083 woorden meer

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 7)

Hij wil er over na denken. Het lukt niet. Dan wil hij weer het lied inzetten. Hij aarzelt en er klinkt een benauwd neuriënd geluid alleen maar. Ook het lied wil niet meer. Zingen kan hij eiigenlijk niet. Lijkt wel een Bob Dylan op leeftijd, net zo’n schorre kraai die niet van te stage is weg te branden.

Als hij weer over drugs begint te zingen, bewijst hij mijn gelijk dat hij helemaal niet clean is en nog steeds verslaafd. De achterkant van het gelijk dat hij nog niets aan kan. Hiermee zet hij een levensgroot vraaagteken achter hetgeen hij beweert. Junkies liegen allemaal.

Enige dagen na het gesprek, dezelfde kale spreekkamer, tralies voor de ramen, meubilair dat aan de vloer vast zit geschroefd, plestik drinkbekertjes en bordjes om van te eten, een gecapitonneerde muur. Veiligheidsglas. Tralies voor de ramen. Zijn haar is pas gewassen en gekamd, de jeans schoon. Geen half geloken drugsogen meer. Een levendige blik. De medicatie is aangeslagen. De dosis al snel verminderd. Hij is rustig. Totaal zichzelf.

“Je hebt gelijk gehad over die elfde dimensie, daar leefde ik te lang in. Na die kop truffelthee zag ik het licht. je komt in gebbieden waar je nog nooit geweest bent. De tunnel en het licht. Geen gezicht al die kleeuren. Ik heb daar aan de andere kant mijn voorouders ontmoet. In een vorige incarnatie was ik Napoleon” zegt hij deemoedig. Ik knik bemoedigend.

“Gooi het er maar uit, boy! Play it cool, don’t forget your mothers rule!” moedig ik hem aan.

“Ik had me vergist. Ik bedoelde niet de elfde dimensie, maar de twaalfde. Ik zat er een kosmos of wat naast. Communicerend evaten, dat wel. Ja, via zwart gaten reisde je tegen de tijd in.  Niet dat het wat uitmaakt, want alles is relatief zoals de Grote Einstein al reeds zei, weet je wel,” beweert hij.

“Hoe zit het nu met de trek? Voel je je nog steeds Einstein?” vraag ik.

“Okee, ik wil de hele dag wel een hijs van een joint nemen of iets sterkers voor onder mijn kurk in mijn jurk, “ zegt hij optimistisch.

Ik vraag het op een zo neutraal mogelijke toon want een junk in een jurk die zegt te willen stoppen is zo zeldzaam als een paardebloem in de wei in februari.

Hij vertelt dat hij zich niet meer kan concentreren. Hoe hij zijn gedachten niet op een rijtje kan krijgen, dat hij niet kan televisie kijken, lezen, scrabble spelen, laat staan nadenken over zijn nabije toekomst.

“Alles is nu helemaal niets en niets is alles, ik voel niets, ik ben niets, ik wil niets, ik ben een grote nul,” zegt hij en slaat zichzelf op de borst.

“Hier! Hier! Hier van binnen zit een groot gat. Het hart is uit de stad geslagen. Een leegte. Door die drugs voelde ik tenminste nog iets, weet je, een constante geilheid, maar nu helemaal niets meer. Ik kan niet eens mijn lul meer om hoog krijgen. Noem je dat soms normaal?” Terwijl hij de symptomen van zijn ziekte , die schizofrenie heet, op somt, voel ik geen enkel mededogen op wellen. Ik zal hem gaan vertellen wat de naam is van zijn ziekte en dat hij er nooit meer vanaf zal komen. Een oordeel vellen. En dat de medicatie het gat in hem alleen nog maar groter zal maken. De anti psychotica zullen al zijn gevoelens dempen. Menig patiënt is door deze medicijnen aan de drugs geraakt om tenminste nog iets te voelen. Het is een vicieuze cirkel; zonder medicatie komen de wanen en hallucinaties in volle sterkte weer onverbiddelijk terug. Anti depressiva kom je bijna niet meer vanaf. Stop je er abrupt meee komen de klachten en bijwerkingen op volle kracht terug. Je kunt nog gemakkelijker een marathon lopen. Hij staat voor een afschuwelijke keuze: de hel van de psychose of die van de absolute leegte. Een Zen Meester zou er jaloers op zijn. High of Low; de uitersten van de elfde dimensie.

 

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 6)

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 6)

Hij begint van geilheid te loensen, maar zingt toch door, omdat hij niet weet wat er gaat gebeuren als hij ophoudt met zingen. Ik besluit de impasse te doorbreken en zeg: ”Nou, dat wordt tenminste niet voor het zingen de kerk uit als ik jou zo zie…! Jij kan nog wel uren doorgaan met je songs!”

“Kun je nog zingen, zing dan ook mee!” moedigt hij mij aan maar the magic is gone. Dat laat ik mij geen twee keer zeggen, trek de zipper om laag, doe mijn tangaslipje naar beneden en begin vrolijk synchroon mee te masturberen. Hij zet er vaart in en gaat over van een handmatige draf in een razende galop. Soppende geluiden ploppen vrij in de ruimte. Ik moet wel volgen om in de kadans te blijven. Als snel beginnen we tegen elkaar op te krijsen en te kraaien. Sex zonder geluid is geen sex. Halve seks met geluid is ook geen sex. Dat is meer droog geilen voor droogkloten. Schieten we niets mee op. Het leven is toch ook een en al klaar komen. Tenminste dat is mijn filosofie. Wij maken geluid voor een half peloton van de Bijzondere Bijstands Brigade met ontblote sabel tijdens een nachtelijke attack op een vijandelijk kamp. Helemaal los gaan we. We komen beiden heftig klaar op hetzelfde moment met een kosmiese klaarkomschreeuw, die er uit knalt van onder uit onze ballen naar omhoog em via de stembanden zich vorm geeft: ”Rabierrrrrelullllllll…”klinkt het dierlijke grauwen. De spetters zitten tot tegen het plafond. Voor je het weet is het hier een druipsteengrot waar de grotten van Han niks bij zijn. Kunnen we misschien toegang heffen om de dure medicijnen te kunnen bekostig en. De sitiatie is pijnlijk en benauwend. Ik trek mijn natte slipje weer recht en maak mijn jeans vast. Mijn lul af vegen vergeet ik zoals gewoonlijk. Ik vind WC papier een tiepies kapitalistiese Westerse overbodige luukse. We verlaten het toilet en gaan naar de huiskamer van de inrichting.

“Misschien weet ik nu eindelijk wat de elfde dimensie is,” zeg ik voor de vuist weg. Hij stopt met zingen. Ernstig kijkt hij mij aan.

“Weet je dat nu pas?” vraagt hij verwijtend.

“Hoe lang heb je aan de drugs gezeten?” vraag ik, bij wijze van geveinsde interesse.

“Dertig jaar,’ zegt hij otomaties zonder er bij na te hoeven denken. De vraag is ook al vaak gesteld van af de intake sessie.

“Wat heb je gebruikt?” vraag ik op neutrale toon.

“Alles heb ik gebruikt; weed, hasj, opium, coke, heroine was mijn daaglijkse vitamine, amfetamine mijn benzine, LSD en hele sloten wiskey en wodka…je kunt beter vragen wat ik niet heb gebruikt! Mijn vader was trouwens zijn hele leven lang leplazerus, die heeft ook nog in een gekkenhuis gezeten! Ik heb het niet van een vreemde! En mijn moeder schijnt ook nooit van de frisse geweest te zijn! Jarenlange therapietjes! Helaas geen succes! Een treurig geval! Opgegeven door de H. H. medietsie! ”

Hij wil nog doorgaan met de hele lijst verboden drugs af te werken maar dan staan we hier morgen-ochtend vroeg nog in het toilet.

“Hoe lang heb je eigenlijk niet gebruikt?” vraag ik.

“Een paar dagen!”

In de kliniek is alles te krijgen wat een junkie hart begeert, maar hij zegt een wilsbesluit te hebben genomen. Hij wil niet meer. Ik denk dat hij liegt dat ie barst. Ik test hem uit.

“Heb je zin in drugs om even de werkelijkheid te ontvluchten?”” stel ik hem voor.

Hij knikt heftig van ja.

“Wil je niet een paar honderd microgram LSD om eens lekker uit je dak te gaan?” vraag ik pesterig. Hij kijkt mij met wijd open gesperde ogen hongerig aan alsof hij me elk moment kan bespringen.

“Voel je de trek in drugs?”vraag ik verder.

“Dat is de elfde dimensie. Trek, Star Trek, ruimtemannetje die door je hersens marcheren, kaboutertjes door je maag, ” beweert hij stellig.

Ik leun achterover.

“Je bent nog steeds verslaafd. Je wilt er helemaal niet van af. Je voelt constant trek als een pas geveegde schoor steen bij windkracht elf. Dat bepaalt dus je hele wezen, je identiteit zoals jij dat noemt, maar ik noem het je zwak te!” zeg ik ernstig..

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 5)

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 5)

Een paar weken later zien we elkaar weer. De geneesheeer directeur van de inrichting heeft me ge vraagd om met hem te praten, omdat het maar niet lukt om vast te stellen aan welke ziekte hij lijdt. Borderline? Posttraumatische stress stoornis? Borderline met psychotische trekjes en een handvol sexuele af wijkingen? Schizo affectieve stoor nissen? Vitale depressie met randpsychotische verschijnselen?

En O, jee, hij heeft een lange geschiedenis van drugs gebruik, dat komt er ook nog eens bij. Misschien dat ik er als psychiater nog iets van kan maken als de brok stukken zijn opgeveegd. Mijn patiënt doet denken aan die kunstenaar Erik uit Turks Fruit van Jan Wolkers. De blauwgrijze melancholieke ogen zijn nog steeds dezelfde. De pupillen zijn niet langer verwijd. Zijn aanvankelijk zo glazige drugs roes ogen hebben plaats gemaakt voor een doffe oog opslag, de ogen half gesloten vanwege de zware anti psychotica die hem intraveneus zijn toegediend. Toch zit er als vanouds nog heel wat pit in deze meneer. Hij vuurt vragen op mij af waar ik geen antwoorden op weet. Hij heeft theorietjes over het ont staan van de kosmos, die ik al tientallen malen eerder heb gehoord van drugsverslaafden. Hij weet waar de mensheid vandaan komt, op welk evolutionair punt zij is aangekomen en waar het allemaal naar toe gaat. Naar punt Omega, beweert hij stellig, maar dat punt ligt nog heel ver weg. Ik herinner mij de boeken van Teilhard de Chardin. Achterhaalde rubbish van een rooms patertje met geldings drang. Ik luister naar de verwarde verhalen van mijn patiënt. Hij heeft een grote boodschap. In zijn broek, denk ik.

Hij raast maar door: ”Mijn echte identiteit achter mijn identiteit is een groot raadsel waar achter een vraagteken staat, zo groot als die letters van The Hollywood Sign in Beverly Hills. Ik zweef namelijk nog steeds in een elf dimensionale wereld met een oneindige hoeveelheid tijdassen, stemmingen, vibra ties en kleuren. Kosmies dus. Ik ben een zwerver in het heelal. Een ruimtewandelaar die van zijn life line is los gesneden met een anaal vibrator als aandrijf mechanisme. Een reet raket met een kort lontje. Jonge, als die ontbrandt dan schiet je uit de kammen met een turbotietvaart. Een anaalvibrator is een sexuele aanjager, daar is de JSF niks bij. Daarom ben ik ook een ras kunstenaar. Ik maak wel eens een liedje namelijk op het toilet, begeleid door het blaasorkest der darmen. Wil je het horen? Ik heb heel wat bruine bonen gegeten, dus met dat blaasorkest zit het wel goed. En ik zing het alleen op het toilet met mijn broek naar beneden. Kom je even mee naar achteren? Even een punt zetten!”

Ik loop met hem mee. De toiletruimte is klein. Hij stroopt zijn jeans en onderbroek af en gaat zitten op de bril. Een enorme erectie is duidelijk zichtbaar. Ballen als een paar stierenkloten onder aan een king size formaat paardenlul. De hele flora en fauna paraat. Het lijkt Artis wel. Zingen over Love and Peace windt hem seksjuweel op. Ik  vertaal Love and Peace altijd met Luf en Pies, daar pis ik elk ochtend een pot volvan en gooi de inhoud door het open raam naar buiten.

Hij begint een lied te zingen over zijn moeder die hem verlaten heeft toen hij anderhalf was en de reden van zijn drugsverslaving. Hij gaat maar door met krassende stem en zo vals als een kraai. Elke noot is off key. Dankzij zijn blaasorkest der darmen ruikt het al gauw niet erg fris meer in de kleine ruimte waar de ventilatie te wensen over laat. Ik besluit geen lucifer af te steken vanwege het ontploffingsgevaar. Methaangas. Zwavelwaterstof. Voor je het weet lig je na een explosie door die rond wandelende stinkbom groggy op de gang met de pleebril om je nek.

Ik bevind mij in een pijnlijke situatie. Ik moet er niet aan denken; betrapt met een patiënt op de WC. Zal ik dat de directie kunnen verkopen als therapeutiese activiteit passend in het behandel plan? Kunnen we niet beter op dit moment actie onder nemen? Hij lijkt zich dat ook te realiseren en begint woest van geilheid te masturberen. Een schrale troost. Ik zie graag masturberende mannen en vrouwen omdat die zo fijn met zichzelf bezig zijn. Ik houd er van al vrouwen zichzelf zijn, vooral in het sekjsuwelen veld.

Doelgerichte activiteiten. Even vernauwen zijn ogen zich.

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 4)

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 4)

Ik heb de ontuchtige schmutzige handen opgelegd gekregen van heiligen, hoeren en homos, magnetiseurs en -seuses, professionele masturbeuses en masturbateurs, sterren voor mij uit laten wichelen, horoscopen getrokken, pis laten kijken, waarzeggende geesten opgeroepen en weer terug naar de hel gestuurd, ascendanten bepaald, necromantie, naalden dwars door tepels en voorhuid gestoken gekregen bij wijze van sadomasochistische acupunctuur, electroklemmen er op laten zetten en de  electrische spanning door mijn lustknoppen gejaagd, dan komt de waarheid er wel uit, het gaat in het leven van een kunstenaar om waarheidsvindingviasexuele folter technieken dan is het lekker klaar komen, heb daarbij vaak koffiedik gelezen, uit theeblaadejs de toekomst voorspeld, een tarotje gelegd, een I-Chingetje geworpen, een cockringetje om gegespt, tepel klemmen aangezet met loden visgewichten, dildos en opblaasbare buttpluggen naar binnen gewerkt, omgekeerd aan het Andreas kruis gehangen, uitzinnig van billenkoek genoten, de zweep mijn tere huid laten kussen, me laten  slaan met een leren veter voor de scherpe accenten, uren lang nat gespoten met ijskoud water om te kalmeren, maar het heeft allemaal niets geholpen. Ik ben nog steeds zo gek als een loden deur.

“Wie ben jij eigenlijk?”vraag ik dan arrogant aan de behandelende psychiater als ik er allemaal niet zo’n zin in heb. Hij zegt dan met een kuchje en een gewichtige uitdrukking op zijn gezicht dat hij de psychiater van dienst is. De opperwachtmeester noem ik hem altijd. De grootste gek van het geticht. Kan ie ook niks aan doen. Ik zeg terug dat ik daar helemaal niet van gediend ben van al die goede raad en vaderlijke vermaningen. Wat zullen we nou beleven? Opzouten met je handel! Viespeuken zijn het. Hoerenlopers. Wederdopers. Lulpraatjes verkopers. Konijnen stropers. Ik mag dan wel met een lastgeving van de rechter via een dwangopname in een gekkenhuis zitten, net als galerie houdster Dieuwke Bakker indertijd, maar dat betekent nog niet dat ik echt gek ben. Nee, de anderen zijn gek.  Niet ik! Wat denken ze wel!

De wereld daarbuiten is gek. Stapelgek. Mijn familie is gestoord, die moesten ze maar eens opsluiten, mijn moeder en zuster met geweld aan de elektro shock apparatuur leggen om hun harde schijf voor goed te wissen in hun bovenkamer. Ik wil  ze zien stuip trekken en spartelen op de behandeltafel. Lekker trappelen met de voetjes. Onder het spanlaken met die hap of een paar weken in een dwangbuisje in de isoleer gegooid. Electrofolteren. Een beetje martelen moet kunnen, dat zegt iedereen toch. Stinkende heelmeesters maken zachte wonden, zo zegt het spreekwoord. Doekjes voor het bloeden zijn er genoeg.

“Aaaarghhh….ïnteressant vak, maar zeker een zwaar vak, hè met al die gekken om je heen?” zeg ik meestal spottend tegen de Psych.

“Een heel interessant vak en toch een mooi vak! Ondanks alles! Goed gesalarieerd ook, maar daar heb ik dan ook dertien jaar voor moeten studeren ”antwoordt hij dan zuinig en krabbelt iets op een notitieblok.Zeker een diagnose.

“Wij moesten elkaar maar eens spreken over tal van onderwerpen! Het einde van de wereld. Ik weet wanneer de datum is maar mag het niet verder vertellen! Laten we wat met elkaar gaan babbelen! Of het nest induiken! Eerst neuken, dan praten,” stel ik hem voor om hem uit zijn evenwicht te krijgen.

“Goed idee,” zegt hij effen.

“Zou je wel willen, ouwe viespeuk met je buikspek! Ik heb wel beter tiepes in mijn roze balboekje staan. Fuck you!”zeg ik en steek mijn middelvinger naar hem op. Hij reageert niet. Ik maak een gebaar met mijn wijsvinger tegen mijn voorhoofd dat hij de gek is en niet ik, trek een lange neus, laat een roffelende scheet plus een serie krachtdadige boeren en maak vervolgens een huppelpasje zodat hij er langs kan. Het liefst zou ik de briefopener pakken en die door zijn strottenhoofd jassen. Ik heb soms van die aanvechtingen.

“De psychiater! De psychiater! Hij is de man die komt altijd later; hij is de wildeman, die me lekker pakken kan, die geeft me psiegies een flinke optater, de psychiater, de pyschiater…leve de koningin, want daar gaat de koning bij in, anders was het geen koningin!” zing ik vrolijk.

Een zelf gemaakt lied dat me aankondigt bij de andere patiënten. Ik heb er altijd veel succes mee. De begeleiding op mijn elektriese guitaar is slechts twee of drie akkoorden in de toon soort A, dat gaat nooit mis. Als de psychiater zich om draait ben ik al lang weer verdwenen, de academicus verbluft achter latend. Ik kan weer even normaal doen voor zo  lang als het duurt.

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 3)

IK WILDE ALTIJD AL NIETS WORDEN, DUS WERD IK VANZELFSPREKEND KUNSTENAAR! (DEEL 3)

Ik had geen idee waar het op sloeg, rende overstuur in paniek naar de dichtstbijzijnde WC pot die tot aan de rand gevuld was met dunne stront en stak mijn hoofd er in om me voor eeuwig te verstoppen. Zo bruin had ik het nog nooit gegeten. Je neemt er namelijk altijd wat van mee. Ik zat helemaal onder de drollen. Eerst onder de douche waar ze me af spoten met koud water dus gilde ik het hele gebouw bij elkaar als een mager speenvarken dat levend aan het spit wordt geregen. Ik was een keer in een Satanskerk bij een eredienst aan de Boze waarbij de satanspriester in trance werd gebracht en een levend biggetje moest op eten. Geen probleem. Ik vond het fascinerend en wilde voortaan vrouwen levend op eten. Het leek me wel lekker smaken, ik zag vrouwen een tijd lang als varkens, en iedere vrouw die ik in de stad tegen kwam had geen gezicht, maar gewoon een enorme kut op haar hals staan met getuite lipjes die mij kushandjes leken toe te werpen, dat beantwoorrde ik dan altijd gelijk door ze op d ebek proberen te pakken en mijn lul uit mijn broek te halen of voor haar neer te knielen en haar dijen te omvamen waarbij ik mijn gezicht tussen haar dijen begroef en haar geslachtelijke geur op snoof, ook omdat ik de befkampioen uit de inrichting was en dus wel wat gewend van de vleselijke geneugten. Toen ik naar aanleiding van dat biggen vreten in het verlengde daarvan ook nog in schaamheuvels en schaamlippen van hoeren en artiesten teven, die overal voor in waren, ging bijten en werd ik de isoleer in gegooid. Ik wilde ze allemaal op eten, omdat ik bloed had geproefd en dan beginnen bij de kut, maar dat vond niemand erg geslaagd. Ben jij als journaliste wel eens in je kut gebeten? Nee? Nou ik kan het wel even demonstreren. Ga maar op de bank wijdbeens zitten dan scheur ik met mijn tanden je tangaslipje van je togus en daarna gaan we verder. Beter beftijd noem ik dat altijd. Het kon niet en het mocht niet van de ziekenbroeders op de afdeling. Beffen nog tot daar aan toe maar kutten bijtend verslinden ging ze gewoon te ver, daar konden ze last mee krijgen bij de inspectie en wat schoten ze daar nou mee op, zeiden ze. Wij zouden dan ook de klos zijn want de inrichting zou dan worden gesloten en d epatiënten verdeeld over andere gekkenhuizen. Die weken naakt in de isoleer cel benatwoordden wel aan mijn masochistische gevoelens, dus dat was ook weer mooi mee genomen. Je moet altijd het beste uit de situatie halen, denk ik. Daarna ging ik weer terug naar de huiskamer van de gesloten afdeling maar wel in een bruin leren dwangbuis met versleten riemen. Ik was toen nog erg mager en droeg als travestiet een bloemetjesjurk omdat ik toen nog in mijn travestie fase zat. Ik had net de cursus Zoek de vrouw in je zelf achter de rug, dus liep ik rond met een beha waar siliconen vullingen in de cups zaten om het wat volume te geven. Het oog wil ook wat. Ik ging dus voor een D cup. Voor minder ging ik nooit als ik ging hoeren lopen. Er zat op de wallen een enorme negerin met een reet als een vijfzitsbank, daar geild eik toen op, ook omdat ze een hele rij zwarte dildos en buttpluggen in de vensterbank van haar raam had staan. Ik noemde dat dikke zwarte wijf Dikke Bertha. Wekelijks kwam ik bij haar voor een behandeling.  Ze wist van aanpakken, dat soewartje. Alle waar naar je geld, dus daar gingen de flappen. Ik hield bijna niks meer over van mijn uitkering om te kunnen vreten, dus zat het leven me weer eens niet mee. Mag een gezonde Hollandse jongen zich ook eens in zijn mannenkut laten neuken door een rijksgenoot afkomstig uit de overzeese geslachtsdelen tiepe soewarte Piet zo zwart als roet? Ik bedoel maar: we leven in het multiculti paradijs en daar moeten we dan ook de vruchten van plukken. Mixed up confusion. Potpourrie. Tutti Frutti Omeloedie. A bababeloebabelabengbeng! Jungle rhytm! Ik bedoel maar: Jantje zag eens pruimen hangen oooooh als kokosnoten zo groot. Schud ze maar uit de palm van je hand.